HOTEL PAPA aan de machtige rivier

IMG_20180805_161914
Mijn vader – Opa Bos in sommige verhalen – 94 jaar

Ik ben 67 en na vele omzwervingen, 17 adressen, successen en mislukkingen, kom ik terug thuis wonen. Hotel Papa aan de ‘machtige’ rivier – Demer én Dijle – met zijn even ‘machtige’ valleien en de aanspoelende wereld rondom.

In de uitzonderlijk hete zomer van 2018 schrijf ik 50 verhalen. Ernstig, soms gek, poëtisch, filosofisch als het moet. Ik gooi er 25 weg en hou er genoeg over om mijn terugkeer te vieren met deze site. Hier zijn mijn eerste 21 verhalen:

  • Dikke vriend
  • Babel
  • De korte keten
  • Dialoog in een voortschuifelende Porsche Cayenne over een afstand van 550 meter
  • Diep in De Plas
  • Over het riooldeksel dat de lucht in vloog, de beekadmiraal en de haasbaron
  • Mannen waaien er weg
  • Graffiti
  • Night Train to Ostend
  • De peddelkampioen
  • Ezel Pjotr, Dame Gans en de oude Haan
  • Aischa
  • Achter de muur
  • Meander, Open U!
  • Nacht van de Uil
  • Ik antwoord alleen op vragen die niemand mij stelt
  • De Minnebeek
  • Inburgering
  • Blaas Pluis Blaas
  • Hoogste baas op bezoek
  • Simpel Lekker

Dikke vriend

Toen kreeg Yussuf dit briefje van zijn vriend Malouf uit zijn geboorteland:

Dikke vriend Yussuf,

Ik ben nu 14 jaar en de school in het dorp is terug open. We hebben schoolboeken gekregen en de leraar leert ons schrijven en rekenen.

Schrijf me een brief!

Malouf

Yussuf was 18 jaar toen hij in ons land zijn vlucht afbrak. Bij bakker Brodsky werkt hij als leerjongen. Hij bakt er mee tarwe-, haverzemelen-, spelt- en roggebrood, kramiek, pistolet en appelbol. De bakkerstaal heeft Yussuf na anderhalf jaar onder de knie; de dorpstaal ligt hem wat stroever in de mond. Het dorp leert hij kennen omdat Brodsky hem verhalen vertelt van vroeger en nu en omdat klanten wel eens wat durven te vragen. En wat nog belangrijker is: Brodsky luistert ook naar Yussuf’s verhaal.

Zijn dikke vriend Malouf had dan toch leren schrijven. Yussuf vond Malouf’s brief mooi. Ik moet hem ook een even mooie brief kunnen terug schrijven, zo dacht Yussuf die nog nooit een brief had geschreven. Maar wie kan mij helpen? Brodsky, ja, maar mijn baas toch liever niet. Ik vraag het aan één van de vriendelijke dames.

En zo gebeurde het dat Yussuf een briefje onder de deur van buurvrouw Lindita durfde te schuiven:

Lees verder

Babel

Ik was nog cultuurminnaar tot ik over de rand van het artefact leunde, deze foto maakte en in de nasleep van dit feit mijn geloof in de schone kunsten verloor.

Het kunstwerk – een boekentoren – staat in de inkomhal van de nationale Klementinum bibliotheek in Praag. Ik zag een werveling van boekenruggen, titels als een draaikolk, een hemelverheffende spiraal van het vrije woord – dacht ik toen -.

Een uitzonderlijk talent die zo’n boekentoren weet te ontwerpen. De kunstenaar moet een belezen iemand zijn! Wie is het?’ vroeg ik aan de balie. ‘Kent u Metej Kren dan niet, Czech met Slovaakse roots?’ kreeg ik als antwoord. ‘Het spijt me, mevrouw, ik ben toevallige passant en nog te onwetend over de lokale cultuur.’ ‘Het is u vergeven, maar als u zich wil verdiepen in de wondere wereld van de afgevoerde lektuur moet u in Babel zijn over de Czechische grens in Slovakije.

En omdat reizen mijn nieuwsgierigheid aanwakkert, trok ik devolgende dag met de trein de grens over. ’Boeken omzetten in kunst, ik wou dat ik dit zelf had bedacht’ peinsde ik jaloers.

Lees verder

De korte keten

Still_01_1365_768_80-940x480

Asperges in geklaarde boter met gestampte gekookte eitjes, zout, nootmuskaat en peper uiteraard én krulpeterselie ingeplet.’ Deze lekkere conversatie beluisterde ik ongewild terwijl ik in het gangpad aan het rek met Italiaanse pastasauzen van Jamie Oliver stond te twijfelen tussen arrabiatta en puttanesca. Ik zette een stapje dichterbij en merkte dat het gesprek tussen de twee dames in woeliger kookwater terecht kwam, zelfs overkookte. ‘Godbetert, hier asperges kopen? Ingevoerd uit Peru zeker, waar ze niet eens asperges lusten? Neen, dank u, geef mij de korte keten, streekproducten!’   

Lees verder

Dialoog in een voortschuifelende Porsche Cayenne over een afstand van 550 meter

Liften full resolutionEdward walker

Hoe dom kan een mens toch zijn! Ik duwde de deur van de Porsche Cayenne dicht en zei nog ‘Dag, bedankt voor het aanbod; misschien een volgende keer’ en ik bedacht hoe stom ik me had laten verleiden om te liften in plaats van te lopen.

Eerste dialoog in de Porsche Cayenne van mevrouw Clementina wachtend voor de verkeerslichten op de Provinciebaan:

Ik: ‘Mevrouw, bedankt voor de lift, kan ik mee tot in het dorp 1 km verderop? Mijn vader is in hoge nood, de twee neefjes zijn op bezoek en ze zoeken dringend een vierde man om te kaarten. Soms moet een mens zijn wandeling onderbreken en gehoor geven aan de roep van zijn vader en van het kaartspel. Mooie wagen overigens. Een Porsche Cayenne?’

Chauffeur: ‘Gij hebt oog voor wie goeie smaak heeft. En gij durft nogal! Wie durft er nog te liften tegenwoordig? Ik heb getwijfeld of ik u zou meenemen. Dat begrijpt ge toch?’

Ik: ‘Eerlijk waar, Ik heb ook geaarzeld of ik wel zou instappen. Ik ben eigenlijk wandelaar, stappen is goed voor alles, hersenen, pezen, knieën, hart.’

Chauffeur: ‘Maar als de nood hoog is, is een Porsche Cayenne toch rapper, héhé. Verdomd, wéér oranje licht; dat schiet hier niet op!

Ik: ‘Zal ik terug uitstappen en lopen?’

Chauffeur: ‘Zou ik ook meer moeten doen: loslopen, warmlopen – ah! – fitness is een weldaad voor de mens: trekken, duwen, trappen, heffen… één uur alles geven. Ik heet Clementina; hoe heet u?’

Ik: ‘Jozef, groen licht!’

Tweede dialoog in dezelfde Porsche Cayenne nu wachtend voor de gesloten spoorwegovergang op de Provinciebaan 200 meter verderop:

Lees verder

Diep in De Plas

belgaimage-121560799-full

Die eerste augustusdag was het joelen en krioelen, spartelen en pletsen aan het strandje  – de gebruikelijke gezelligheid die hete zomer -. Windstil, al weken lang. Toen rimpelde het water op, eerst midden op De Plas, rond 3 uur in de namiddag – een halfuurtje maar, eerst -. De enkele surfers verheugden zich op de onverwachte golfslag maar hun zeil trok niet aan. Waar de zwemmers toch onbewaakt het water indoken, waagden ze één duik en daarna zag ik aarzeling.

Lau, haar opa – Opa Bos – en ik stapten nat en bezorgd uit de omwoelde zwemzone.

Lees verder

Over het riooldeksel dat de lucht in vloog, de beekadmiraal en de haasbaron

De riolen zwollen op. Als een donkere beek in een hellebos viel de regen over boomkruinen, over straatlantaarns, over lege straten. De riolen verslikten zich. Gerommel ondergronds, iets wou ontsnappen. Het ding woelde, rochelde in de rioolkoker. Het gietijzeren riooldeksel lichtte nog even op tot het ding zijn rug rechtte en het zware deksel de lucht in spuwde wel 5 meter hoog. Het water spoot nog hoger, 10 meter. De reuzeaardworm glibberde het riool uit, de straat over, het Natland terug in.

Opa Bos en Flo stonden die hellenacht met open mond achter het raam toe te kijken.

Niemand geloofde ons. De burgemeester niet, de rioolagent niet, de buren niet. We schreven brieven, mailden, we telefoneerden.
Een reuzeaardworm in het riool van ons
dorp? Kom, kom, dat is toch te gek voor
woorden! Wie gelooft er nu nog een 93-jarige en zijn zoon, die fantast?  

Opa Bos toont hier het riooldeksel dat die onweersnacht de lucht in vloog toen de reuzeaardworm ontsnapte uit het riool.

Maar denk niet dat dit nu einde story is; het verhaal komt nu pas goed op dreef!   Flo en zijn Opa konden maanden later hun nieuwsgierigheid – noodzakelijk voor elk avontuur – niet langer bedwingen.
En dát verhaal zal nu Flo vertellen.

Lees verder

Mannen waaien er weg

Zij trekt haar gekraste kano aan land aan de soldatenbrug over de machtige rivier. Hij haalt uit zijn splinternieuwe fietstas een busje energiedrank en krachtkoek. Tegen de boom staat zijn verreafstandsfiets. Omdat avontuur toeval nodig heeft, kijkt Jessie Anderson verwachtingsvol naar de gespierde gebruinde kanovaarster die zijn kant op komt.

Jessie Anderson: ‘Hello, jij bent de eerste kanovrouw die ik hier tegenkom. Ben jij al lang onderweg?’

Kanovrouw: ‘Twee maand zo ongeveer. Ik kom uit Estland aan de Baltische kant van de Oostzee waar alle meisjes van jongs af leren kanovaren op de Estse meren en rivieren. En jij, vanwaar kom jij? Jij ziet er moe uit!’

Jessie Anderson: ‘Ik kom van de Shetlands, eilanden boven Schotland, waar nooit gefietst wordt omdat de wind er te erg waait. Toen ik van deze tocht droomde, heb ik mijn eerste fiets – deze hier – gekocht. Daarom word ik nog snel moe en moet ik regelmatig rusten.’

Kanovrouw: ‘ Zozo, mannen waaien er weg hé? Ben jij daarom hier? Hoe heet jouw  eiland?’

Jessie Anderson: ‘Unst, het meest noordelijke eiland van de Shetlands, halfweg tussen Schotland en al dicht tegen Noorwegen.’

Kanovrouw: ‘Wind, wolken, storm en regen; daar hou ik van. De natuur op zijn best. Ik peddel westwaarts en ik kijk al uit naar jullie felle luchten op de Shetlands.’

Jessie Anderson: ‘Laten we hier samen iets eten en drinken en onderwijl luister ik naar jouw verhaal over jouw tocht over rivieren, machtiger wellicht nog dan deze.’

Kanovrouw: ‘Als je kano vaart zie je veel, hoor je veel, ruik je veel maar niets is fijner dan een verre reiziger te ontmoeten. Ik heet Laura Tamm. En jij?’

Jessie Anderson: ‘Ik heet Jessie Anderson’

Lees verder

Graffiti

IMG_20180825_194414 (2)

Kladwerk! Overschilderen, die vuile boel! Hij staat er ondertussen langer dan een jaar, deze graffiti, naast een fiets- en voetgangerstunneltje aan de dreef naar het Montfortcollege.

Een puber met een hartenkreet naar een liefje? Het duurt me te lang!  Ik stel de prangende vraag, ik geef zelf het antwoord en ik zet mijn signatuur er onder: een zwevend figuurtje, een vliegend varkentje. Komjehiervaker, geen spatie. In alle haast vaek fout gespeld en gecorrigeerd. Hij (of zij?) is erg ongeduldig. Ik hoop dat ik jou hier snel kan treffen!

Maar is de aangesprokene wel geïnteresseerd? Na de tiende keer dat ik er verwonderd voorbij fiets, krijgt de tekst weer een andere betekenis. Is hier een eenzaat aan het werk? Graffiti van een desperado? Zo de kreet niet wordt beantwoord, kan het ergste gebeuren … de trein.  Geen donkere gedachten, hé!  Hier is iemand aan het werk geweest mét humor; iemand licht in zijn hoofd, beetje Kafka, beetje Banksy. Hoewel, een humorist of dichter sluit zijn tekst toch niet af met een streepje vóór zijn signatuur?

Misschien wil hij of zij voorbijgangers begroeten. Dat is bijzonder vriendelijk. Dank u wel. Niet overschilderen!

Wie had die graffiti aan de fietstunnel geverfd?

IMG_20180825_194414 (2)
Lees verder

Night Train to Ostend

noc-vlak

’Schrijft u ook of bent u boekhouder, advocaat misschien?’ vraag ik aan de man met de vlinderdas die rommelt tussen de papieren in zijn rode map. Hij nipt eerst nog van zijn cappuccino op het krappe cafétafeltje en antwoordt verontwaardigd: ‘Mijnheer – de bundel in zijn opgeheven zwaaiende hand – dit hier is goud voor Hollywood: mijn script … Night Train to Ostend.’ 

Lees verder

De Peddelkampioen

peddel2

Ari peddelde van kindsbeen af. Hij peddelde lucht en zand en, als er wind was, ook wind. De peddel was zijn speelgoed, gevonden tussen kleren en spullen van hulporganisaties. Maar Ari leefde in een droog land waar er aan water een gebrek is.

Toen hij tien werd besliste hij peddelkampioen te worden. Dus bleef hij oefenen met zwaardere lucht, natter zand en hardere tegenwind. Iedereen vond Ari de beste; hij zou kampioen worden.

Toen hij zestien werd nam Ari de beslissing die zijn leven veranderde. Hij schreef een brief aan Yussuf, de nieuwkomer die nu leefde in het dorp aan de machtige rivier en er leerjongen was van bakker Brodsky. Ari was de zoon van Adnam, de buur van de familie Yussuf.

Beste Yussuf,

 Je weet zeker nog hoe ik de buurjongens kon blij maken met mijn geslinger en gezwaai en met hoge worpen met mijn peddel.
Ik ben blijven oefenen met lucht, zand en wind.
En nu wil ik gaan oefenen met water.
Kan ik bij jou komen oefenen op water?

Jouw buur en vriend, Ari

Yussuf schreef onmiddellijk terug dat Ari welkom was bij hem.

Lees verder

Ezel Pjotr, Dame Gans en de oude Haan

Over de ezel Pjotr die bijna verdronken was, over Dame Gans die niet graag zwemt en over de oude Haan die verstoten werd uit het kippenhok en over die drie die te samen wonen op het eiland aan de molen aan de machtige rivier, ga ik nu vertellen.

IMG_20180329_100913

Ezel Pjotr is al grijs, niet meer zo koppig, en hij staat bekend als goedaardig. Daarom komen kinderen graag langs om er een ritje te maken met Pjotr. Pjotr mag dan wel gezellig zijn, toch is hij ook een beetje dom.

Het gras op de rand van het eilandje was fris, jong, iets té uitnodigend en vooral gladrijk. Pjotr boog zich reikhalzend voorover, slipte, verloor zijn evenwicht en viel pardoes, ja pardoes plonsde hij het water in. Pjotr spartelde nog even, zocht vaste grond die helaas voor hem modder bleek te zijn, en zakte dieper weg, zijn schoft zo goed als onder de waterlijn.

Lees verder

Aischa

Ah, Aischa! Hoe naarstig toch werkte zij aan haar eerste roman! De minister van Transport had Aischa geposteerd in een zijkamertje van zijn kabinet. Van staatszaken moest zij zich ver weg houden en liefst ook van alle andere vlijtige kabinetsmedewerkers.

Aischa’s boek ontspon zich rond het thema van de eeuwig durende bloedvetes in het bloedmooie stadje Peja met de omringende vier adembenemende bergkammen die welke slechte gedachte dan ook onmiddellijk doen verdampen. Ook vertakte haar verhaallijn zich tot over de grens van het landje tot in het inmiddels vrediger [noot: fietsrijke] Shkodra.

Nu gebeurde het dat de minister bij tijd en wijle een buitenlandse mogendheid bezocht om voorzieningen te sprokkelen voor staatszaken in Transport. Tussen twee hoofdstukken in gaf dit Aischa de kans om haar landje comfortabel rond te toeren op zoek naar achtergronden om haar thematiek verder uit te diepen. Het was mij een hele eer toen ze me vroeg haar op deze zoektocht te vergezellen. Vóór zijn vertrek instrueerde de minister nog mijn vertaler om mijn tot dusver onwennige communicatie met Aischa in die vreemde taal op punten en komma’s te controleren. Maar mijn vertaler was lui als de minister op ronde was en bleef liever thuis.

Lees verder

Achter de muur

IMG_3869

Telkens als Mie en haar Oma Sjam wandelen voorbij de tuin met de hoge betonnen muur en de overhangende donkere sparren horen ze iemand fluisteren:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?              Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Dan kijken ze door de spijlen van de ijzeren poort en luisteren opnieuw, nu aandachtiger, maar de vragen blijven dezelfde:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?                          Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Mie en Oma Sjam openen de zware ijzeren poort en lopen door de dreef met de  donkere sparren de schaduw in naar het beeld aan het einde van het wandelpad. Daar zit Boeddha in lotushouding, handen losjes voor zijn schoot, innemend, ogen dicht, in gedachten verzonken. Mie en Oma Sjam komen dichterbij. Boeddha fluistert:

Kom binnen; ga weg’

Beste Boeddha, wilt U dat we binnenkomen of dat we weggaan?’ ‘U mag kiezen, zegt Boeddha, rustig glimlachend. Ik neem het u niet kwalijk als u ervoor zou kiezen om te blijven of terug te gaan. U bent welkom te doen wat U het beste lijkt.

Pardon, Boeddha, mogen we U iets vragen? Telkens we hier langs wandelen, horen wij U dezelfde vragen stellen. Krijgt U dan geen antwoorden?

Kunnen wij U helpen antwoorden te krijgen?’ vraagt Mie. Oma Sjam zwijgt als Mie die vraag stelt want zij weet dat die antwoorden moeilijk te vinden zijn.

Wandelt U met ons verder mee, Boeddha, zegt Mie, misschien vinden we wel antwoorden.

Lees verder

Meander, Open U!

De meander-King klopt heftig gesticulerend aan op de deur van ons huisje.
Moeraspoelslakken hangen in zijn baard; scharen van ellendige wolhandkrabben bengelen aan zijn broeksriem. Half mosmens. Het is 27 juli 2018,  de nacht dat de maan volledig verduistert.


Damien Hirst, Treasures from the Wreck of the Unbelievable (2017)


Instappen, alle twee’ zegt de meanderking. Wij, Opa Bos en ik, hebben geen keuze. De meander-King roept ‘Scipper, volle kracht, vooruit  tot aan de ‘Bocht van Wercht’, en daar links afslaan.’ Met een rivierspeedboot scheren we stroomopwaarts over de machtige rivier. Ondertussen stelt de meander-King zich voor: ‘ik ben Sander, de Meanderkoning en dit is, verwijzend naar de man aan het roer, Scipper. Scipper is ambtenaar en werkt voor het agentschap Meander, Open U uit Brussel. Op naar de Bocht van Wercht waar mijn eega en ik wonen!

In de Bocht van Wercht beveelt Sander, de meander- King, Scipper de boot stil te leggen. ‘Meander, open u’, roept Sander naar twee schaduwen die achter de oever opduiken, het zijn de ‘meanderopendoeners’, bewakers van de meander van de Bocht van Wercht.  Zij draaien de oeverdeuren open en laten de speedboot binnen. ‘Ik woon hier in de Kingmeander, zegt Sander, wij verblijven hier …. mijn eega is Leandra , de meander- Queen. Zij staat ons ginds onder de wilg op te wachten.’ Een rijzige figuur met smartphone tussen haar schouder en kin geklemd staat te gesticuleren. Wuift ze naar ons of is ze druk aan het praten in haar telefoon? Beide. We naderen het ponton. Leandra, de meander-Queen, heeft lieslaarzen aan, een zwart-wit nauwsluitend waterafstotend pak, de haren verstopt in een eveneens zwart-witte badmuts.  ‘Misschien zullen wij hier niet lang meer wonen’, horen wij haar zeggen in haar telefoon.

Lees verder

Ik antwoord alleen op vragen die niemand mij stelt

Flo, kleinzoon van Opa Bos, en uil Ullebak, zoon van uil Ulla, zitten samen op een bank in het bos. Die dag wou uil Ullebak weer moeilijk doen. Maar dat is moeilijk als je ook dezelfde dag jarig bent en één jaar oud wordt. Want als je moeilijk doet op de dag van je verjaardag krijg je misschien geen gelukwens of geen cadeau.

Ullebak bedacht dat hij vandaag alleen antwoorden zou geven op vragen die niemand hem stelt.

Flo:      ‘Is er iemand jarig vandaag?’

Ullebak:  ‘Ik antwoord vandaag alleen op vragen die niemand mij stelt. Precies, dat is wat ik vandaag doe.’

Flo:      ‘Aha, interessant.’

Ullebak:  ‘Ik geef dus geen antwoord aan jou want jij hebt mij een vraag gesteld.’

Flo:       ‘Vergeet het dan, ik heb jou niet gevraagd of er iemand jarig is vandaag.’

Ullebak:   ‘Dat is prima. Op vragen antwoord ik toch niet. Ik antwoord alleen op vragen die niet gesteld zijn.‘

Ullebak denkt na. Flo denkt ook diep na want zo’n gesprek is moeilijk. Ullebak doet zéér moeilijk vandaag.

Flo:      ‘Is het jouw verjaardag vandaag?’

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘Mag ik jou een kus geven voor jouw verjaardag?’

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘Als ik jarig was zou ik wel een kus willen, toch?

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘En als ik een cadeau zou meebrengen, zou je dan blij zijn?’

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘En als ik geen cadeau zou meebrengen, zou je dan kwaad op me zijn?’

Ullebak:  ‘Ik geef alleen antwoorden op vragen die niet gesteld worden.’

Ullebak doet niet alleen vervelend vandaag, denkt Flo, hij is gek geworden.

Na enige tijd, zegt Flo:

Flo:      ‘Waarom geef je geen antwoord?

Ullebak:  ‘Vandaag kan dat niet.

Flo:       ‘Zie je wel, jij antwoordt op mijn vraag.’

Ullebak:  ‘Morgen geef ik misschien een antwoord als ik niet moeilijk doe; maar vandaag kan dat niet.’

Flo:       ‘ Zie je wel, jij antwoordt opnieuw op mijn vraag.’

Ullebak:   ‘Is dat zo? ‘

Flo:        ‘Welke vraag heb ik jou gesteld?’

Ullebak    ‘Daar geef ik geen antwoord op.’

Flo wordt een beetje kwaad, verschuift zijn stoel aan tafel en wil opstaan.

Ullebak denkt dat hij vandaag toch té moeilijk aan het doen is. Op je eigen verjaardag moeilijk doen is niet gepast.

Dan bedenkt Ullebak dat hij niet moeilijk doet als hij zelf het antwoord geeft op een vraag die niet gesteld wordt.

Plots zegt Ullebak: ‘Het antwoord is 1!’

Flo:       ‘ Aha!’ 

Ullebak:  ‘Word ik vandaag 1 jaar oud?’

Flo:       ‘ Ola!’

Ullebak:    ‘Als er iemand mij een cadeau zou geven, zou ik dan blij zijn?’

 Flo lacht nu:  ‘Daar kan ik vandaag niet op antwoorden.’

HOTEL PAPA aan de machtige rivier

j.z. zomer 2018

De Minnebeek

Dixie en Oma Sjam fietsen, in gedachten verzonken, naast elkaar naar de Minnebeek, het zijriviertje van de machtige rivier. Het is pas hun derde fietstochtje samen.

Dixie, kunstenaar, altijd een handige harry geweest, droomt ervan decors te bouwen voor toneel. Zij, Oma Sjam is het zonnetje dat eens in een jaar extra straalt op het podium van de lokale toneelgroep. Oma Sjam droomt van een glansgastrol in de stadsschouwburg in Antwerpen. Haar tekst gaat zo:

Oma Sjam: ‘We zijn er bijna … ik zie ginder de Minnebeek al glinsteren bij de bank aan de machtige rivier.’

Tegenspeler: ‘Het is nog ver, ik ben moe en ik heb dorst, kunnen we niet naar het café om de hoek, waar het gezellig drinken is?’

Oma Sjam: ‘Niet opgeven, man, het water van de Minnebeek verfrist en sterkt aan. We zijn er bijna … ‘

Tegenspeler: ‘Het is te ver. Ik moet jou laten gaan. Ik zie jou later wel!’

Lees verder

Inburgering

IMG_20180305_140215

Ik zie vijf knotwilgstammen aangekleed met wit afdekvliesdoek. Tuinier Werner en ik hadden drie rijen wilgen geknot. Dit was de laatste rij. Naast de wilgen lag een bed andijvie met nog afdekvliesdoek op die gebruikt was om de andijvie te beschermen tegen de vrieskou. De ergste koude was achter de rug en het doek mocht weg. Ik dacht het ergens te drogen te leggen, bedacht me en wikkelde het doek om de knotwilgen. De wind speelde in het doek.

Zo bleef het doek rond de wilgen een week, misschien tien dagen, hangen zoals het gewikkeld was. De wind trok het één enkele keer los en dan wikkelde ik het opnieuw rondom de kroon. Gewoon, doek te drogen gehangen rond robuusten en hopla de wilgen zijn geen wilgen meer.

Ik maak deze foto en kijk er met verbazing naar. Wat zie ik?

Lees verder

Blaas Pluis Blaas

Oma Sjam en Pad Polder wandelen door het bos naar het Grasland. Reiger Reg komt zwierig aangeland. Pad Polder en Reiger Reg zijn vrienden en ze jennen elkaar graag.

Reg, man, gisteren heb ik jou gezien bij de tuinvijver van buurvrouw Chantilly, goudvis uit haar vijver vissen! Gemakkelijk hé, andermans pleziertje wegpikken! Hoe durf je?’

‘Polder, zwijg, ik kom terug van de Wingebeek en wat me daar overkomen is, is een geluk met een ongeluk. Luister.

Lees verder