HOTEL PAPA aan de machtige rivier

IMG_20180805_161914
Mijn vader – Opa Bos in sommige verhalen – bijna 94 jaar

Ik ben 67 en na vele omzwervingen, 17 adressen, successen en mislukkingen, kom ik terug thuis wonen. Hotel Papa aan de ‘machtige’ rivier – Demer én Dijle – met zijn even ‘machtige’ valleien en de aanspoelende wereld rondom.

In de uitzonderlijk hete zomer van 2018 schrijf ik 50 verhalen. Ernstig, soms gek, poëtisch, filosofisch als het moet. Ik gooi er 25 weg en hou er genoeg over om mijn terugkeer te vieren met deze site. Hier zijn mijn eerste 21 verhalen:

  • Dikke vriend
  • Babel
  • De korte keten
  • Dialoog in een voortschuifelende Porsche Cayenne over een afstand van 550 meter
  • Diep in De Plas
  • Over het riooldeksel dat de lucht in vloog, de beekadmiraal en de haasbaron
  • Mannen waaien er weg
  • Graffiti
  • Night Train to Ostend
  • De peddelkampioen
  • Ezel Pjotr, Dame Gans en de oude Haan
  • Aischa
  • Achter de muur
  • Meander, Open U!
  • Nacht van de Uil
  • Ik antwoord alleen op vragen die niemand mij stelt
  • De Minnebeek
  • Inburgering
  • Blaas Pluis Blaas
  • Hoogste baas op bezoek
  • Simpel Lekker

Dikke vriend

Toen kreeg Yussuf dit briefje van zijn vriend Malouf uit zijn geboorteland:

Dikke vriend Yussuf,

Ik ben nu 14 jaar en de school in het dorp is terug open. We hebben schoolboeken gekregen en de leraar leert ons schrijven en rekenen.

Schrijf me een brief!

Malouf

Yussuf was 18 jaar toen hij in ons land zijn vlucht afbrak. Bij bakker Brodsky werkt hij als leerjongen. Hij bakt er mee tarwe-, haverzemelen-, spelt- en roggebrood, kramiek, pistolet en appelbol. De bakkerstaal heeft Yussuf na anderhalf jaar onder de knie; de dorpstaal ligt hem wat stroever in de mond. Het dorp leert hij kennen omdat Brodsky hem verhalen vertelt van vroeger en nu en omdat klanten wel eens wat durven te vragen. En wat nog belangrijker is: Brodsky luistert ook naar Yussuf’s verhaal.

Zijn dikke vriend Malouf had dan toch leren schrijven. Yussuf vond Malouf’s brief mooi. Ik moet hem ook een even mooie brief kunnen terug schrijven, zo dacht Yussuf die nog nooit een brief had geschreven. Maar wie kan mij helpen? Brodsky, ja, maar mijn baas toch liever niet. Ik vraag het aan één van de vriendelijke dames.

En zo gebeurde het dat Yussuf een briefje onder de deur van buurvrouw Lindita durfde te schuiven:

Lees verder

Babel

Ik was nog cultuurminnaar tot ik over de rand van het artefact leunde, deze foto maakte en in de nasleep van dit feit mijn geloof in de schone kunsten verloor.

Het kunstwerk – een boekentoren – staat in de inkomhal van de nationale Klementinum bibliotheek in Praag. Ik zag een werveling van boekenruggen, titels als een draaikolk, een hemelverheffende spiraal van het vrije woord – dacht ik toen -.

Een uitzonderlijk talent die zo’n boekentoren weet te ontwerpen. De kunstenaar moet een belezen iemand zijn! Wie is het?’ vroeg ik aan de balie. ‘Kent u Metej Kren dan niet, Czech met Slovaakse roots?’ kreeg ik als antwoord. ‘Het spijt me, mevrouw, ik ben toevallige passant en nog te onwetend over de lokale cultuur.’ ‘Het is u vergeven, maar als u zich wil verdiepen in de wondere wereld van de afgevoerde lektuur moet u in Babel zijn over de Czechische grens in Slovakije.

En omdat reizen mijn nieuwsgierigheid aanwakkert, trok ik devolgende dag met de trein de grens over. ’Boeken omzetten in kunst, ik wou dat ik dit zelf had bedacht’ peinsde ik jaloers.

Lees verder

De korte keten

Still_01_1365_768_80-940x480

Asperges in geklaarde boter met gestampte gekookte eitjes, zout, nootmuskaat en peper uiteraard én krulpeterselie ingeplet.’ Deze lekkere conversatie beluisterde ik ongewild terwijl ik in het gangpad aan het rek met Italiaanse pastasauzen van Jamie Oliver stond te twijfelen tussen arrabiatta en puttanesca. Ik zette een stapje dichterbij en merkte dat het gesprek tussen de twee dames in woeliger kookwater terecht kwam, zelfs overkookte. ‘Godbetert, hier asperges kopen? Ingevoerd uit Peru zeker, waar ze niet eens asperges lusten? Neen, dank u, geef mij de korte keten, streekproducten!’   

Lees verder

Dialoog in een voortschuifelende Porsche Cayenne over een afstand van 550 meter

Liften full resolutionEdward walker

Hoe dom kan een mens toch zijn! Ik duwde de deur van de Porsche Cayenne dicht en zei nog ‘Dag, bedankt voor het aanbod; misschien een volgende keer’ en ik bedacht hoe stom ik me had laten verleiden om te liften in plaats van te lopen.

Eerste dialoog in de Porsche Cayenne van mevrouw Clementina wachtend voor de verkeerslichten op de Provinciebaan:

Ik: ‘Mevrouw, bedankt voor de lift, kan ik mee tot in het dorp 1 km verderop? Mijn vader is in hoge nood, de twee neefjes zijn op bezoek en ze zoeken dringend een vierde man om te kaarten. Soms moet een mens zijn wandeling onderbreken en gehoor geven aan de roep van zijn vader en van het kaartspel. Mooie wagen overigens. Een Porsche Cayenne?’

Chauffeur: ‘Gij hebt oog voor wie goeie smaak heeft. En gij durft nogal! Wie durft er nog te liften tegenwoordig? Ik heb getwijfeld of ik u zou meenemen. Dat begrijpt ge toch?’

Ik: ‘Eerlijk waar, Ik heb ook geaarzeld of ik wel zou instappen. Ik ben eigenlijk wandelaar, stappen is goed voor alles, hersenen, pezen, knieën, hart.’

Chauffeur: ‘Maar als de nood hoog is, is een Porsche Cayenne toch rapper, héhé. Verdomd, wéér oranje licht; dat schiet hier niet op!

Ik: ‘Zal ik terug uitstappen en lopen?’

Chauffeur: ‘Zou ik ook meer moeten doen: loslopen, warmlopen – ah! – fitness is een weldaad voor de mens: trekken, duwen, trappen, heffen… één uur alles geven. Ik heet Clementina; hoe heet u?’

Ik: ‘Jozef, groen licht!’

Tweede dialoog in dezelfde Porsche Cayenne nu wachtend voor de gesloten spoorwegovergang op de Provinciebaan 200 meter verderop:

Lees verder

Diep in De Plas

belgaimage-121560799-full

Die eerste augustusdag was het joelen en krioelen, spartelen en pletsen aan het strandje  – de gebruikelijke gezelligheid die hete zomer -. Windstil, al weken lang. Toen rimpelde het water op, eerst midden op De Plas, rond 3 uur in de namiddag – een halfuurtje maar, eerst -. De enkele surfers verheugden zich op de onverwachte golfslag maar hun zeil trok niet aan. Waar de zwemmers toch onbewaakt het water indoken, waagden ze één duik en daarna zag ik aarzeling.

Lau, haar opa – Opa Bos – en ik stapten nat en bezorgd uit de omwoelde zwemzone.

Lees verder

Over het riooldeksel dat de lucht in vloog, de beekadmiraal en de haasbaron

De riolen zwollen op. Als een donkere beek in een hellebos viel de regen over boomkruinen, over straatlantaarns, over lege straten. De riolen verslikten zich. Gerommel ondergronds, iets wou ontsnappen. Het ding woelde, rochelde in de rioolkoker. Het gietijzeren riooldeksel lichtte nog even op tot het ding zijn rug rechtte en het zware deksel de lucht in spuwde wel 5 meter hoog. Het water spoot nog hoger, 10 meter. De reuzeaardworm glibberde het riool uit, de straat over, het Natland terug in.

Opa Bos en Flo stonden die hellenacht met open mond achter het raam toe te kijken.

Niemand geloofde ons. De burgemeester niet, de rioolagent niet, de buren niet. We schreven brieven, mailden, we telefoneerden.
Een reuzeaardworm in het riool van ons
dorp? Kom, kom, dat is toch te gek voor
woorden! Wie gelooft er nu nog een 93-jarige en zijn zoon, die fantast?  

Opa Bos toont hier het riooldeksel dat die onweersnacht de lucht in vloog toen de reuzeaardworm ontsnapte uit het riool.

Maar denk niet dat dit nu einde story is; het verhaal komt nu pas goed op dreef!   Flo en zijn Opa konden maanden later hun nieuwsgierigheid – noodzakelijk voor elk avontuur – niet langer bedwingen.
En dát verhaal zal nu Flo vertellen.

Lees verder

Mannen waaien er weg

Zij trekt haar gekraste kano aan land aan de soldatenbrug over de machtige rivier. Hij haalt uit zijn splinternieuwe fietstas een busje energiedrank en krachtkoek. Tegen de boom staat zijn verreafstandsfiets. Omdat avontuur toeval nodig heeft, kijkt Jessie Anderson verwachtingsvol naar de gespierde gebruinde kanovaarster die zijn kant op komt.

Jessie Anderson: ‘Hello, jij bent de eerste kanovrouw die ik hier tegenkom. Ben jij al lang onderweg?’

Kanovrouw: ‘Twee maand zo ongeveer. Ik kom uit Estland aan de Baltische kant van de Oostzee waar alle meisjes van jongs af leren kanovaren op de Estse meren en rivieren. En jij, vanwaar kom jij? Jij ziet er moe uit!’

Jessie Anderson: ‘Ik kom van de Shetlands, eilanden boven Schotland, waar nooit gefietst wordt omdat de wind er te erg waait. Toen ik van deze tocht droomde, heb ik mijn eerste fiets – deze hier – gekocht. Daarom word ik nog snel moe en moet ik regelmatig rusten.’

Kanovrouw: ‘ Zozo, mannen waaien er weg hé? Ben jij daarom hier? Hoe heet jouw  eiland?’

Jessie Anderson: ‘Unst, het meest noordelijke eiland van de Shetlands, halfweg tussen Schotland en al dicht tegen Noorwegen.’

Kanovrouw: ‘Wind, wolken, storm en regen; daar hou ik van. De natuur op zijn best. Ik peddel westwaarts en ik kijk al uit naar jullie felle luchten op de Shetlands.’

Jessie Anderson: ‘Laten we hier samen iets eten en drinken en onderwijl luister ik naar jouw verhaal over jouw tocht over rivieren, machtiger wellicht nog dan deze.’

Kanovrouw: ‘Als je kano vaart zie je veel, hoor je veel, ruik je veel maar niets is fijner dan een verre reiziger te ontmoeten. Ik heet Laura Tamm. En jij?’

Jessie Anderson: ‘Ik heet Jessie Anderson’

Lees verder