Aischa

Ah, Aischa! Hoe naarstig toch werkte zij aan haar eerste roman! De minister van Transport had Aischa geposteerd in een zijkamertje van zijn kabinet. Van staatszaken moest zij zich ver weg houden en liefst ook van alle andere vlijtige kabinetsmedewerkers.

Aischa’s boek ontspon zich rond het thema van de eeuwig durende bloedvetes in het bloedmooie stadje Peja met de omringende vier adembenemende bergkammen die welke slechte gedachte dan ook onmiddellijk doen verdampen. Ook vertakte haar verhaallijn zich tot over de grens van het landje tot in het inmiddels vrediger [noot: fietsrijke] Shkodra.

Nu gebeurde het dat de minister bij tijd en wijle een buitenlandse mogendheid bezocht om voorzieningen te sprokkelen voor staatszaken in Transport. Tussen twee hoofdstukken in gaf dit Aischa de kans om haar landje comfortabel rond te toeren op zoek naar achtergronden om haar thematiek verder uit te diepen. Het was mij een hele eer toen ze me vroeg haar op deze zoektocht te vergezellen. Vóór zijn vertrek instrueerde de minister nog mijn vertaler om mijn tot dusver onwennige communicatie met Aischa in die vreemde taal op punten en komma’s te controleren. Maar mijn vertaler was lui als de minister op ronde was en bleef liever thuis.

Lees verder

Achter de muur

IMG_3869

Telkens als Mie en haar Oma Sjam wandelen voorbij de tuin met de hoge betonnen muur en de overhangende donkere sparren horen ze iemand fluisteren:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?              Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Dan kijken ze door de spijlen van de ijzeren poort en luisteren opnieuw, nu aandachtiger, maar de vragen blijven dezelfde:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?                          Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Mie en Oma Sjam openen de zware ijzeren poort en lopen door de dreef met de  donkere sparren de schaduw in naar het beeld aan het einde van het wandelpad. Daar zit Boeddha in lotushouding, handen losjes voor zijn schoot, innemend, ogen dicht, in gedachten verzonken. Mie en Oma Sjam komen dichterbij. Boeddha fluistert:

Kom binnen; ga weg’

Beste Boeddha, wilt U dat we binnenkomen of dat we weggaan?’ ‘U mag kiezen, zegt Boeddha, rustig glimlachend. Ik neem het u niet kwalijk als u ervoor zou kiezen om te blijven of terug te gaan. U bent welkom te doen wat U het beste lijkt.

Pardon, Boeddha, mogen we U iets vragen? Telkens we hier langs wandelen, horen wij U dezelfde vragen stellen. Krijgt U dan geen antwoorden?

Kunnen wij U helpen antwoorden te krijgen?’ vraagt Mie. Oma Sjam zwijgt als Mie die vraag stelt want zij weet dat die antwoorden moeilijk te vinden zijn.

Wandelt U met ons verder mee, Boeddha, zegt Mie, misschien vinden we wel antwoorden.

Lees verder

Meander, Open U!

De meander-King klopt heftig gesticulerend aan op de deur van ons huisje.
Moeraspoelslakken hangen in zijn baard; scharen van ellendige wolhandkrabben bengelen aan zijn broeksriem. Half mosmens. Het is 27 juli 2018,  de nacht dat de maan volledig verduistert.


Damien Hirst, Treasures from the Wreck of the Unbelievable (2017)


Instappen, alle twee’ zegt de meanderking. Wij, Opa Bos en ik, hebben geen keuze. De meander-King roept ‘Scipper, volle kracht, vooruit  tot aan de ‘Bocht van Wercht’, en daar links afslaan.’ Met een rivierspeedboot scheren we stroomopwaarts over de machtige rivier. Ondertussen stelt de meander-King zich voor: ‘ik ben Sander, de Meanderkoning en dit is, verwijzend naar de man aan het roer, Scipper. Scipper is ambtenaar en werkt voor het agentschap Meander, Open U uit Brussel. Op naar de Bocht van Wercht waar mijn eega en ik wonen!

In de Bocht van Wercht beveelt Sander, de meander- King, Scipper de boot stil te leggen. ‘Meander, open u’, roept Sander naar twee schaduwen die achter de oever opduiken, het zijn de ‘meanderopendoeners’, bewakers van de meander van de Bocht van Wercht.  Zij draaien de oeverdeuren open en laten de speedboot binnen. ‘Ik woon hier in de Kingmeander, zegt Sander, wij verblijven hier …. mijn eega is Leandra , de meander- Queen. Zij staat ons ginds onder de wilg op te wachten.’ Een rijzige figuur met smartphone tussen haar schouder en kin geklemd staat te gesticuleren. Wuift ze naar ons of is ze druk aan het praten in haar telefoon? Beide. We naderen het ponton. Leandra, de meander-Queen, heeft lieslaarzen aan, een zwart-wit nauwsluitend waterafstotend pak, de haren verstopt in een eveneens zwart-witte badmuts.  ‘Misschien zullen wij hier niet lang meer wonen’, horen wij haar zeggen in haar telefoon.

Lees verder

Ik antwoord alleen op vragen die niemand mij stelt

Flo, kleinzoon van Opa Bos, en uil Ullebak, zoon van uil Ulla, zitten samen op een bank in het bos. Die dag wou uil Ullebak weer moeilijk doen. Maar dat is moeilijk als je ook dezelfde dag jarig bent en één jaar oud wordt. Want als je moeilijk doet op de dag van je verjaardag krijg je misschien geen gelukwens of geen cadeau.

Ullebak bedacht dat hij vandaag alleen antwoorden zou geven op vragen die niemand hem stelt.

Flo:      ‘Is er iemand jarig vandaag?’

Ullebak:  ‘Ik antwoord vandaag alleen op vragen die niemand mij stelt. Precies, dat is wat ik vandaag doe.’

Flo:      ‘Aha, interessant.’

Ullebak:  ‘Ik geef dus geen antwoord aan jou want jij hebt mij een vraag gesteld.’

Flo:       ‘Vergeet het dan, ik heb jou niet gevraagd of er iemand jarig is vandaag.’

Ullebak:   ‘Dat is prima. Op vragen antwoord ik toch niet. Ik antwoord alleen op vragen die niet gesteld zijn.‘

Ullebak denkt na. Flo denkt ook diep na want zo’n gesprek is moeilijk. Ullebak doet zéér moeilijk vandaag.

Flo:      ‘Is het jouw verjaardag vandaag?’

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘Mag ik jou een kus geven voor jouw verjaardag?’

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘Als ik jarig was zou ik wel een kus willen, toch?

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘En als ik een cadeau zou meebrengen, zou je dan blij zijn?’

Ullebak: ‘Daar antwoord ik niet op.’

Flo:      ‘En als ik geen cadeau zou meebrengen, zou je dan kwaad op me zijn?’

Ullebak:  ‘Ik geef alleen antwoorden op vragen die niet gesteld worden.’

Ullebak doet niet alleen vervelend vandaag, denkt Flo, hij is gek geworden.

Na enige tijd, zegt Flo:

Flo:      ‘Waarom geef je geen antwoord?

Ullebak:  ‘Vandaag kan dat niet.

Flo:       ‘Zie je wel, jij antwoordt op mijn vraag.’

Ullebak:  ‘Morgen geef ik misschien een antwoord als ik niet moeilijk doe; maar vandaag kan dat niet.’

Flo:       ‘ Zie je wel, jij antwoordt opnieuw op mijn vraag.’

Ullebak:   ‘Is dat zo? ‘

Flo:        ‘Welke vraag heb ik jou gesteld?’

Ullebak    ‘Daar geef ik geen antwoord op.’

Flo wordt een beetje kwaad, verschuift zijn stoel aan tafel en wil opstaan.

Ullebak denkt dat hij vandaag toch té moeilijk aan het doen is. Op je eigen verjaardag moeilijk doen is niet gepast.

Dan bedenkt Ullebak dat hij niet moeilijk doet als hij zelf het antwoord geeft op een vraag die niet gesteld wordt.

Plots zegt Ullebak: ‘Het antwoord is 1!’

Flo:       ‘ Aha!’ 

Ullebak:  ‘Word ik vandaag 1 jaar oud?’

Flo:       ‘ Ola!’

Ullebak:    ‘Als er iemand mij een cadeau zou geven, zou ik dan blij zijn?’

 Flo lacht nu:  ‘Daar kan ik vandaag niet op antwoorden.’

HOTEL PAPA aan de machtige rivier

j.z. zomer 2018

De Minnebeek

Dixie en Oma Sjam fietsen, in gedachten verzonken, naast elkaar naar de Minnebeek, het zijriviertje van de machtige rivier. Het is pas hun derde fietstochtje samen.

Dixie, kunstenaar, altijd een handige harry geweest, droomt ervan decors te bouwen voor toneel. Zij, Oma Sjam is het zonnetje dat eens in een jaar extra straalt op het podium van de lokale toneelgroep. Oma Sjam droomt van een glansgastrol in de stadsschouwburg in Antwerpen. Haar tekst gaat zo:

Oma Sjam: ‘We zijn er bijna … ik zie ginder de Minnebeek al glinsteren bij de bank aan de machtige rivier.’

Tegenspeler: ‘Het is nog ver, ik ben moe en ik heb dorst, kunnen we niet naar het café om de hoek, waar het gezellig drinken is?’

Oma Sjam: ‘Niet opgeven, man, het water van de Minnebeek verfrist en sterkt aan. We zijn er bijna … ‘

Tegenspeler: ‘Het is te ver. Ik moet jou laten gaan. Ik zie jou later wel!’

Lees verder

HOTEL PAPA aan de machtige rivier

IMG_20180805_161914
Mijn vader – Opa Bos in sommige verhalen – 94 jaar

Ik ben 67 en na vele omzwervingen, 17 adressen, successen en mislukkingen, kom ik terug thuis wonen. Hotel Papa aan de ‘machtige’ rivier – Demer én Dijle – met zijn even ‘machtige’ valleien en de aanspoelende wereld rondom.

In de uitzonderlijk hete zomer van 2018 schrijf ik 50 verhalen. Ernstig, soms gek, poëtisch, filosofisch als het moet. Ik gooi er 25 weg en hou er genoeg over om mijn terugkeer te vieren met deze site. Hier zijn mijn eerste 21 verhalen:

  • Dikke vriend
  • Babel
  • De korte keten
  • Dialoog in een voortschuifelende Porsche Cayenne over een afstand van 550 meter
  • Diep in De Plas
  • Over het riooldeksel dat de lucht in vloog, de beekadmiraal en de haasbaron
  • Mannen waaien er weg
  • Graffiti
  • Night Train to Ostend
  • De peddelkampioen
  • Ezel Pjotr, Dame Gans en de oude Haan
  • Aischa
  • Achter de muur
  • Meander, Open U!
  • Nacht van de Uil
  • Ik antwoord alleen op vragen die niemand mij stelt
  • De Minnebeek
  • Inburgering
  • Blaas Pluis Blaas
  • Hoogste baas op bezoek
  • Simpel Lekker