Achter de muur

IMG_3869

Telkens als Mie en haar Oma Sjam wandelen voorbij de tuin met de hoge betonnen muur en de overhangende donkere sparren horen ze iemand fluisteren:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?              Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Dan kijken ze door de spijlen van de ijzeren poort en luisteren opnieuw, nu aandachtiger, maar de vragen blijven dezelfde:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?                          Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Mie en Oma Sjam openen de zware ijzeren poort en lopen door de dreef met de  donkere sparren de schaduw in naar het beeld aan het einde van het wandelpad. Daar zit Boeddha in lotushouding, handen losjes voor zijn schoot, innemend, ogen dicht, in gedachten verzonken. Mie en Oma Sjam komen dichterbij. Boeddha fluistert:

Kom binnen; ga weg’

Beste Boeddha, wilt U dat we binnenkomen of dat we weggaan?’ ‘U mag kiezen, zegt Boeddha, rustig glimlachend. Ik neem het u niet kwalijk als u ervoor zou kiezen om te blijven of terug te gaan. U bent welkom te doen wat U het beste lijkt.

Pardon, Boeddha, mogen we U iets vragen? Telkens we hier langs wandelen, horen wij U dezelfde vragen stellen. Krijgt U dan geen antwoorden?

Kunnen wij U helpen antwoorden te krijgen?’ vraagt Mie. Oma Sjam zwijgt als Mie die vraag stelt want zij weet dat die antwoorden moeilijk te vinden zijn.

Wandelt U met ons verder mee, Boeddha, zegt Mie, misschien vinden we wel antwoorden.

Boeddha komt recht, moeizaam van het vele zitten in lotushouding op zijn stenen sokkel. Oma Sjam geeft hem een arm en samen lopen ze het wandelpad op, de donkere sparrendreef en de ijzeren poort uit. Weg van de hoge ommuurde tuin.

Aan de machtige rivier komen ze de visser tegen die net een visje binnenhaalt met zijn hengel.

‘Beste man, hoe klinkt het zwemmen van de vis in het water?’

Wat een stomme vraag, antwoordt de visser brutaal, ik vis, ik rust hier, ik heb plezier van de rust en het water. En het vissen doet me deugd. Hoe de vis klinkt in het water? Misschien is de vis doof of is het water doof. Of dooft het water de stem van de vis.

Aan de bosrand zien ze Uil Ulla die op een tak uitrust van de nacht. ‘Zij is het juiste schepsel om Uw vraag te beantwoorden,’ zegt Mie aan Boeddha.

‘Mevrouw Ulla, hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Hoe kan ik dát nu weten, antwoordt Ulla een beetje geërgerd door zo’n domme vraag, ik hoor mezelf niet vliegen! Als het avond wordt, vlieg ik uit, stijg, daal, zwerf, kortom ik vlieg en zweef als een lieve lust in de avond als de lucht dik is en in de vroegste uren als de lucht dun is.’

Weg van het bos passeren ze langs de tuin van Wied en langs de tuin van Mulch. Wied en Mulch zijn aan het uitrusten onder de okkernotenboom tussen de machtige rivier en de vistrap. ‘Hallo, dames en heer, hoe loopt het?’ roepen ze naar de wandelaars en verbazen ze zich over Boeddha die aan de arm loopt van oma Sjam.

Dan zegt Mie: ‘Boeddha, stel eens een andere vraag, bijvoorbeeld: hoe klinkt de groene aarde?’

‘Ik vind dat een interessante vraag, antwoordt Boeddha. Deze twee heren Wied en Mulch leven van de groene aarde. Wellicht kennen zij het antwoord.’ Schuchter stelt Boeddha hen de vraag:: hoe klinkt de groene aarde?

Wied en Mulch begrijpen de vraag verkeerd en meenden Wat drinkt de groene aarde? gehoord te hebben. Zij antwoorden enthousiast. ‘Boontjes, venkel, prei, rode biet, radijzen, savooi, broccoli, bloemkool, andijvie, het ellendige varkensgras, de slingerende hagewind en de spichtige paardenstaart, alles groeit, alles bloeit áls er water is. Zonder water, géén leven, dat weet toch ieder klein kind! Volgende vraag,’ lachen Wied en Mulch.

Boeddha is beschaamd, durft geen vraag meer te stellen.  Toch geven Mie en Oma Sjam niet op. Zij wandelen verder het dorp in. Telkens opnieuw krijgen zij  verrassende antwoorden op hun vraag hoe klinkt het …?

Buurvrouwen Rosaly en Chantilly: ‘kinderen gaan voor alles; wanneer ze wenen troosten we ze!’

Bakker Brodsky: ‘als de wekker ’s morgens om vier uur rinkelt, moet ik mijn koffer uit!’

De burgemeester: ‘klinkt het niet dan botst het; politiek is een hard beroep.

Mister Barnes van het rockfestival: ‘sterren komen, sterren gaan, alleen Elvis blijft bestaan.’

In het dorp willen Mie, Oma Sjam en Boeddha eindelijk uitrusten. Ze komen bij de kerk; de kerkpoort is dicht. ‘Laten we binnengaan’, zegt Boeddha. Ze duwen  de zware houten deur met ijzeren hengsels open. En stappen de schaduw in langs de zijbeuk en de koude hoge muren. Dan horen ze iemand bidden:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?                      Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Nu aarzelen Mie, Oma Sjam en Boeddha om verder de kerk in te gaan. Ze staan stilletjes te luisteren naar dezelfde vragen die Boeddha zich elke dag stelt in zijn tuin op zijn sokkel. Ze willen de man die bidt niet storen. En ze keren terug op hun stappen in de schaduw langs de zijbeuk, en langs de zware houten poort met ijzeren hengsels het kerkportaal uit, het zonlicht in.

Boeddha keert terug naar zijn tuin met de hoge betonnen muren en de overhangende donkere sparren en zet zich op zijn betonnen sokkel.

Als Mie en Oma Sjam later voorbij zijn tuin komen, zien ze Boeddha rond wandelen, de poort staat open en Boeddha zingt:

‘Hoe licht toch zweeft en waait de uil door de nacht                              Hoe fris zwemt de vis in het water’

Komt U binnen Mie en mevrouw Sjam, wat drinken jullie?

  Hotel Papa aan de machtige rivier                                                                     j.z. zomer 2018

Een gedachte over “Achter de muur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s