Dikke vriend

Toen kreeg Yussuf dit briefje van zijn vriend Malouf uit zijn geboorteland:

Dikke vriend Yussuf,

Ik ben nu 14 jaar en de school in het dorp is terug open. We hebben schoolboeken gekregen en de leraar leert ons schrijven en rekenen.

Schrijf me een brief!

Malouf

Yussuf was 18 jaar toen hij in ons land zijn vlucht afbrak. Bij bakker Brodsky werkt hij als leerjongen. Hij bakt er mee tarwe-, haverzemelen-, spelt- en roggebrood, kramiek, pistolet en appelbol. De bakkerstaal heeft Yussuf na anderhalf jaar onder de knie; de dorpstaal ligt hem wat stroever in de mond. Het dorp leert hij kennen omdat Brodsky hem verhalen vertelt van vroeger en nu en omdat klanten wel eens wat durven te vragen. En wat nog belangrijker is: Brodsky luistert ook naar Yussuf’s verhaal.

Zijn dikke vriend Malouf had dan toch leren schrijven. Yussuf vond Malouf’s brief mooi. Ik moet hem ook een even mooie brief kunnen terug schrijven, zo dacht Yussuf die nog nooit een brief had geschreven. Maar wie kan mij helpen? Brodsky, ja, maar mijn baas toch liever niet. Ik vraag het aan één van de vriendelijke dames.

En zo gebeurde het dat Yussuf een briefje onder de deur van buurvrouw Lindita durfde te schuiven:

Lees verder

Babel

Ik was nog cultuurminnaar tot ik over de rand van het artefact leunde, deze foto maakte en in de nasleep van dit feit mijn geloof in de schone kunsten verloor.

Het kunstwerk – een boekentoren – staat in de inkomhal van de nationale Klementinum bibliotheek in Praag. Ik zag een werveling van boekenruggen, titels als een draaikolk, een hemelverheffende spiraal van het vrije woord – dacht ik toen -.

Een uitzonderlijk talent die zo’n boekentoren weet te ontwerpen. De kunstenaar moet een belezen iemand zijn! Wie is het?’ vroeg ik aan de balie. ‘Kent u Metej Kren dan niet, Czech met Slovaakse roots?’ kreeg ik als antwoord. ‘Het spijt me, mevrouw, ik ben toevallige passant en nog te onwetend over de lokale cultuur.’ ‘Het is u vergeven, maar als u zich wil verdiepen in de wondere wereld van de afgevoerde lektuur moet u in Babel zijn over de Czechische grens in Slovakije.

En omdat reizen mijn nieuwsgierigheid aanwakkert, trok ik devolgende dag met de trein de grens over. ’Boeken omzetten in kunst, ik wou dat ik dit zelf had bedacht’ peinsde ik jaloers.

Lees verder

De korte keten

Still_01_1365_768_80-940x480

Asperges in geklaarde boter met gestampte gekookte eitjes, zout, nootmuskaat en peper uiteraard én krulpeterselie ingeplet.’ Deze lekkere conversatie beluisterde ik ongewild terwijl ik in het gangpad aan het rek met Italiaanse pastasauzen van Jamie Oliver stond te twijfelen tussen arrabiatta en puttanesca. Ik zette een stapje dichterbij en merkte dat het gesprek tussen de twee dames in woeliger kookwater terecht kwam, zelfs overkookte. ‘Godbetert, hier asperges kopen? Ingevoerd uit Peru zeker, waar ze niet eens asperges lusten? Neen, dank u, geef mij de korte keten, streekproducten!’   

Lees verder

Dialoog in een voortschuifelende Porsche Cayenne over een afstand van 550 meter

Liften full resolutionEdward walker

Hoe dom kan een mens toch zijn! Ik duwde de deur van de Porsche Cayenne dicht en zei nog ‘Dag, bedankt voor het aanbod; misschien een volgende keer’ en ik bedacht hoe stom ik me had laten verleiden om te liften in plaats van te lopen.

Eerste dialoog in de Porsche Cayenne van mevrouw Clementina wachtend voor de verkeerslichten op de Provinciebaan:

Ik: ‘Mevrouw, bedankt voor de lift, kan ik mee tot in het dorp 1 km verderop? Mijn vader is in hoge nood, de twee neefjes zijn op bezoek en ze zoeken dringend een vierde man om te kaarten. Soms moet een mens zijn wandeling onderbreken en gehoor geven aan de roep van zijn vader en van het kaartspel. Mooie wagen overigens. Een Porsche Cayenne?’

Chauffeur: ‘Gij hebt oog voor wie goeie smaak heeft. En gij durft nogal! Wie durft er nog te liften tegenwoordig? Ik heb getwijfeld of ik u zou meenemen. Dat begrijpt ge toch?’

Ik: ‘Eerlijk waar, Ik heb ook geaarzeld of ik wel zou instappen. Ik ben eigenlijk wandelaar, stappen is goed voor alles, hersenen, pezen, knieën, hart.’

Chauffeur: ‘Maar als de nood hoog is, is een Porsche Cayenne toch rapper, héhé. Verdomd, wéér oranje licht; dat schiet hier niet op!

Ik: ‘Zal ik terug uitstappen en lopen?’

Chauffeur: ‘Zou ik ook meer moeten doen: loslopen, warmlopen – ah! – fitness is een weldaad voor de mens: trekken, duwen, trappen, heffen… één uur alles geven. Ik heet Clementina; hoe heet u?’

Ik: ‘Jozef, groen licht!’

Tweede dialoog in dezelfde Porsche Cayenne nu wachtend voor de gesloten spoorwegovergang op de Provinciebaan 200 meter verderop:

Lees verder