Over het riooldeksel dat de lucht in vloog, de beekadmiraal en de haasbaron

De riolen zwollen op. Als een donkere beek in een hellebos viel de regen over boomkruinen, over straatlantaarns, over lege straten. De riolen verslikten zich. Gerommel ondergronds, iets wou ontsnappen. Het ding woelde, rochelde in de rioolkoker. Het gietijzeren riooldeksel lichtte nog even op tot het ding zijn rug rechtte en het zware deksel de lucht in spuwde wel 5 meter hoog. Het water spoot nog hoger, 10 meter. De reuzeaardworm glibberde het riool uit, de straat over, het Natland terug in.

Opa Bos en Flo stonden die hellenacht met open mond achter het raam toe te kijken.

Niemand geloofde ons. De burgemeester niet, de rioolagent niet, de buren niet. We schreven brieven, mailden, we telefoneerden.
Een reuzeaardworm in het riool van ons
dorp? Kom, kom, dat is toch te gek voor
woorden! Wie gelooft er nu nog een 93-jarige en zijn zoon, die fantast?  

Opa Bos toont hier het riooldeksel dat die onweersnacht de lucht in vloog toen de reuzeaardworm ontsnapte uit het riool.

Maar denk niet dat dit nu einde story is; het verhaal komt nu pas goed op dreef!   Flo en zijn Opa konden maanden later hun nieuwsgierigheid – noodzakelijk voor elk avontuur – niet langer bedwingen.
En dát verhaal zal nu Flo vertellen.

Lees verder

De Peddelkampioen

peddel2

Ari peddelde van kindsbeen af. Hij peddelde lucht en zand en, als er wind was, ook wind. De peddel was zijn speelgoed, gevonden tussen kleren en spullen van hulporganisaties. Maar Ari leefde in een droog land waar er aan water een gebrek is.

Toen hij tien werd besliste hij peddelkampioen te worden. Dus bleef hij oefenen met zwaardere lucht, natter zand en hardere tegenwind. Iedereen vond Ari de beste; hij zou kampioen worden.

Toen hij zestien werd nam Ari de beslissing die zijn leven veranderde. Hij schreef een brief aan Yussuf, de nieuwkomer die nu leefde in het dorp aan de machtige rivier en er leerjongen was van bakker Brodsky. Ari was de zoon van Adnam, de buur van de familie Yussuf.

Beste Yussuf,

 Je weet zeker nog hoe ik de buurjongens kon blij maken met mijn geslinger en gezwaai en met hoge worpen met mijn peddel.
Ik ben blijven oefenen met lucht, zand en wind.
En nu wil ik gaan oefenen met water.
Kan ik bij jou komen oefenen op water?

Jouw buur en vriend, Ari

Yussuf schreef onmiddellijk terug dat Ari welkom was bij hem.

Lees verder

Aischa

Ah, Aischa! Hoe naarstig toch werkte zij aan haar eerste roman! De minister van Transport had Aischa geposteerd in een zijkamertje van zijn kabinet. Van staatszaken moest zij zich ver weg houden en liefst ook van alle andere vlijtige kabinetsmedewerkers.

Aischa’s boek ontspon zich rond het thema van de eeuwig durende bloedvetes in het bloedmooie stadje Peja met de omringende vier adembenemende bergkammen die welke slechte gedachte dan ook onmiddellijk doen verdampen. Ook vertakte haar verhaallijn zich tot over de grens van het landje tot in het inmiddels vrediger [noot: fietsrijke] Shkodra.

Nu gebeurde het dat de minister bij tijd en wijle een buitenlandse mogendheid bezocht om voorzieningen te sprokkelen voor staatszaken in Transport. Tussen twee hoofdstukken in gaf dit Aischa de kans om haar landje comfortabel rond te toeren op zoek naar achtergronden om haar thematiek verder uit te diepen. Het was mij een hele eer toen ze me vroeg haar op deze zoektocht te vergezellen. Vóór zijn vertrek instrueerde de minister nog mijn vertaler om mijn tot dusver onwennige communicatie met Aischa in die vreemde taal op punten en komma’s te controleren. Maar mijn vertaler was lui als de minister op ronde was en bleef liever thuis.

Lees verder