Dialoog in een voortschuifelende Porsche Cayenne over een afstand van 550 meter

Liften full resolutionEdward walker

Hoe dom kan een mens toch zijn! Ik duwde de deur van de Porsche Cayenne dicht en zei nog ‘Dag, bedankt voor het aanbod; misschien een volgende keer’ en ik bedacht hoe stom ik me had laten verleiden om te liften in plaats van te lopen.

Eerste dialoog in de Porsche Cayenne van mevrouw Clementina wachtend voor de verkeerslichten op de Stationsstraat:

Ik: ‘Mevrouw, bedankt voor de lift, kan ik mee tot in het dorp 1 km verderop? Mijn vader is in hoge nood, de twee neefjes zijn op bezoek en ze zoeken dringend een vierde man om te kaarten. Soms moet een mens zijn wandeling onderbreken en gehoor geven aan de roep van zijn vader en van het kaartspel. Mooie wagen overigens. Een Porsche Cayenne?’

Chauffeur‘Gij hebt oog voor wie goeie smaak heeft. En gij durft nogal! Wie durft er nog te liften tegenwoordig? Ik heb getwijfeld of ik u zou meenemen. Dat begrijpt ge toch?’

Ik: ‘Eerlijk waar, ik heb ook geaarzeld of ik wel zou instappen. Ik ben eigenlijk wandelaar, stappen is goed voor hersenen, pezen, knieën, hart.’

Chauffeur: ‘Maar als de nood hoog is, is een Porsche Cayenne toch rapper, héhé. Verdomd, wéér oranje licht; dat schiet hier niet op!

Ik: ‘Zal ik terug uitstappen en lopen?’

Chauffeur‘Zou ik ook meer moeten doen: loslopen, warmlopen – ah! – fitness is een weldaad voor de mens: trekken, duwen, trappen, heffen… één uur alles geven. Ik heet Clementina; hoe heet u?’

Ik: ‘Jozef, groen licht!’

Tweede dialoog in dezelfde Porsche Cayenne nu wachtend voor de gesloten spoorwegovergang op de Stationsstraat 200 meter verderop:

Clementina: ‘Jezus Christus, nu is ook die spoorweg nog gesloten. Drie treinen per uur, het is een merde!

Ik: ‘Geeft uw routeplanner ook aan wanneer de trein hier passeert? Uw dashboard lijkt wel een computer, hé. Internet connected: spotify, instagram, netflix, filedetectie, whatsApp, voice gestuurd. Een hybride?’

Clementina: ‘Ach Jozef, dit ding is te slim voor mij!’

Ik: ‘Ja, een Porche Cayenne is geen PandaYaris of Twingo. Hoewel die machientjes ook flink met wat toeters en bellen zijn uitgerust tegenwoordig.’

Clementina: ‘Zeg eens, welk kaartspel spelen jullie?’

Ik: Niks speciaals, wiezen met oude centjes. Niet voor geld, hé, voor het plezier!’

Clementina: ‘Dat ontspant. Ik doe aan mindfulness in Antwerpen bij Edel Maex. Spijtig dat de rit heen en terug naar Antwerpen zo stresserend is.’

Ik: Héla, de trein is gepasseerd, de auto’s schuifelen  voort. Start maar, er komt beweging in de file. Vergeet niet: mijn vader en de neefjes wachten op mij!’

Derde en laatste dialoog tussen Clementina en ik, nu stilstaand in de file voor de rotonde op de Stationsstraat 350 meter verderop:

Clementina: ‘Klote, de rotonde is geblokkeerd; we staan muurvast!

Ik: ‘Dom, er zijn natuurlijk wegenwerken op de snelweg; spitsstroken voor de vlotte doorstroming en ze leiden het verkeer om. Teveel bedrijfswagens! Is deze Cayenne een bedrijfswagen?’

Clementina: ‘Ja, wij hebben er twee. Mijn partner heeft bedongen dat zijn vriendin er ook ééntje kreeg.

Ik: Slim onderhandeldUw partner is er de baas zeker?’

Clementina: ‘Jongeman, ik hou niet van uw toontje. Stap maar uit en speel uw zielig spelletje kaart. En ik wilde u nog vragen om met me mee te rijden naar waar uw hartje ook wil. Stap uit!’

Hoe dom kan een mens toch zijn dat hij verkiest te lopen boven wat zijn hartje ook wil: rijden in de Porsche Cayenne van Clementina.

____________________________________________________________________________________________________________________________

Foto: Walker Evans, Vicksburg – Mississippi 1936
By Farm Security Administration Photographers [Public domain], via Wikimedia Commons

HOTEL PAPA aan de Machtige Rivier

Mannen waaien er weg

Zij trekt haar gekraste kano aan land aan de soldatenbrug over de Machtige Rivier.

Hij haalt uit zijn sporty fietstas een busje energiedrank en krachtkoek. Tegen de boom staat zijn verreafstandsfiets.

Omdat avontuur toeval nodig heeft, kijkt Jessie Anderson verwachtingsvol naar de gespierde gebruinde kanovaarster die zijn kant op komt.

Jessie Anderson: ‘Hello, jij bent de eerste kanovrouw die ik hier tegenkom. Ben jij al lang onderweg?’

Kanovrouw‘Twee maand zo ongeveer. Ik kom uit Estland aan de Baltische kant van de Oostzee waar alle meisjes van jongs af leren kanovaren op de Estse meren en rivieren. En jij, vanwaar kom jij? Jij ziet er moe uit!’

Jessie Anderson: ‘Ik kom van de Shetlands, eilanden boven Schotland, waar nooit gefietst wordt omdat de wind er te erg waait. Toen ik van deze tocht droomde, heb ik mijn eerste fiets – deze hier – gekocht. Daarom word ik nog snel moe en moet ik regelmatig rusten.’

Kanovrouw: ‘ Zozo, mannen waaien er weg hé? Ben jij daarom hier? Hoe heet jouw  eiland?’

Jessie Anderson‘Unst, het meest noordelijke eiland van de Shetlands, halfweg tussen Schotland en al dicht tegen Noorwegen.’

Kanovrouw: ‘Wind, wolken, storm en regen; daar hou ik van. De natuur op zijn best. Ik peddel westwaarts en ik kijk al uit naar jullie felle luchten op de Shetlands.’

Jessie Anderson: ‘Laten we hier samen iets eten en drinken en onderwijl luister ik naar jouw verhaal over jouw tocht over rivieren, machtiger wellicht nog dan deze.’

Kanovrouw: ‘Als je kano vaart zie je veel, hoor je veel, ruik je veel, maar niets is fijner dan een verre reiziger te ontmoeten. Ik heet Laura Tamm. En jij?’

Jessie Anderson: ‘Ik heet Jessie Anderson’

Rosaly en Chantilly uit het dorp zitten aan de andere zijde van de picknicktafel en volgen het gesprek tussen Laura Tamm en Jessie Anderson. Rosaly en Chantilly neuriën:

                                 Litouw Letland Estland

                                Vrouwen varen er weg

                                Schotland Orkney Shetland

                                Mannen waaien er weg

Laura Tamm: ‘Morgen vaar ik verder tot aan de bocht van Bath in de Westerschelde en daarna steek ik de Noordzee over, de Thames op voorbij London.

Jessie Anderson‘Bij eb kan je met de Schelde meedrijven. Dat heb je goed bekeken. Maar dan komt de zee met vervaarlijke stromingen en een kano kan bij sterke wind breken als een lucifer tussen twee vingers. Schrikt jou dat niet af?’

Laura Tamm: ‘Ja, dat wordt uitkijken voor wild water. Ik neem voldoende drank en powerfood mee en ik rust wel uit op de sokkel van een windmolen op zee. Ik maak me meer zorgen om de ontvangst ginder. Zijn ze daar even vriendelijk als jij?’

Jessie Anderson‘Niet altijd. Het hangt ervan af wie je treft. Londenaars bijvoorbeeld zijn hebberig. Dorpen langs de rivieren zijn schattig maar niet altijd verwelkomend. Op de eilanden heersen wind en wolken.’

Laura Tamm‘Ik wil doorzetten, mijn hoofd vrij maken.’

Jessie Anderson’Ik ook, ík zet door naar Estland en daarna verder, de rondtrip langs Finland, Zweden, Noorwegen. Zijn de mensen ginder in Estland even vriendelijk als jij?’

Rosaly en Chantilly zijn benieuwd naar het vervolg van het verhaal van die Estse Laura Tamm en van Shetlander Jessie Anderson. ‘Zo’n lef; zo’n durf, zo ver van huis die twee!‘ Zij neuriën:

                                Oostland Estland

                                Vrouwen durven het aan

                                Zij varen wel maar komen ze ook aan?

                                Orkneys Shetlands

                                Wind wolken storm en regen  

                                Mannen trappen wel

                              Maar waaien ze er niet weg?

De zon staat al lager. De kano ligt nog aan de oever en de fiets staat nog gestald tegen de leuning van de soldatenbrug. Laura en Jessie hangen voorovergebogen over een kaart en praten over het vervolg van hun reis.

Shetlands – Estland roundtour

Jessie‘Ben je zeker dat je naar de eilanden wil? Wind, wolken, storm en regen. Bomen bieden er geen beschutting want die zijn er niet op Shetland. De oceaan botst er op de Noordzee. Het is er heftig. De wind heeft er vrij spel.’

Laura: ‘Slappeling! Ben jij er dan echt weggewaaid? Als jij al ooit in Estland zou geraken, ga dan naar één van de vele eilanden voor de kust, eenzame fietsers zoals jij voelen er zich misschien thuis. En er staan bomen, dat scheelt.’

Jessie‘Dank u, ik moet geen advies. Ben jij van de Estse toeristische dienst misschien? ’

Laura: Neen, man, Ik vaar om te vergeten.’

Jessie: ‘Ah, dan hebben we toch iets gemeen?’

Laura: ‘Dat lijkt er op, ja.’

Jessie‘Het wordt laat ’

Laura‘Ja, de zon gaat onder!’

Rosaly en Chantilly zien Laura en Jessie vermoeid en stil bij mekaar zitten.

Kom, we overnachten hier in de B & B’, zegt Jessie plots en hij legt een arm over haar schouder.

                              Water wind storm en regen

                              Mannen waaien er weg

                              Vrouwen willen er heen

                              Water wind storm en regen

______________________________________________________________________________________________________________________________

Hotel Papa aan de Machtige Rivier

Night Train to Ostend

noc-vlak

’Schrijft u ook of bent u boekhouder, advocaat misschien?’ vraag ik aan de man met de vlinderdas die rommelt tussen de papieren in zijn rode map. Hij nipt eerst nog van zijn cappuccino op het krappe cafétafeltje en antwoordt verontwaardigd: ‘Mijnheer – de bundel in zijn opgeheven zwaaiende hand – dit hier is goud voor Hollywood: mijn script … Night Train to Ostend.’ 

Moet lukken, zeg ik, nadat de man me uitgebreid heeft ingewijd in de snijdende verhaallijn en in sommige pikante details. Het klopt wel wat u zegt, Hollywood kan tegenwoordig een sterk scenario gebruiken,’ beaam ik. Vlinderdas knikt drie keer zelfverzekerd en ritselt verder.

Ik zucht, betaal mijn koffie en trek een eindje verder. Ik ben namelijk op weg naar mevrouw Balie, de bibliothecaresse die enkele van mijn verhalen in tweede versie te lezen had gekregen. ‘Ik zou bij god niet weten waar ik uw verhalen moet klasseren,’ zegt Balie op scherpe toon. Op de benedenverdieping bij de jeugdliteratuur? Bij de fictie met wortels in de heimat? Filosofie, kom zeg! Een beetje toneel, een columnpje hier en een dichtsel daar? Ik mis een vertelling over nacht en ontij en vechtgrage mannen, over het spel van kleine goden met kwalijk geld, over trucs met brood en wijn onder toezicht van de allerhoogste, risico’s in bed en op de beursvloer, kortom het serieuze werk.’

Kan ik dan in uw bibliotheek die betere verhalen vinden?’ vraag ik aan mevrouw Balie. Balie recht haar rug, strekt haar pronte boezem, en zegt: ‘beste man, hier staat uw verhaal, voor uw neus! Ik ben het huis uitgeschopt omdat ik voor niks deugde. En zie, mijn leven is één aaneenschakeling geworden van verre horizonten, mannen met losse handjes, van bangelijke schepsels die het licht schuwen en het hoge spel van kleine lieden zoals ik – water aan de mond- van schepsels mét en zonder fatsoen, en een miraculeuze redding die me hier in de bib heeft doen belanden.’

‘ Is dat drama, komedie, fictie of non –fictie?’ vraag ik haar. ‘Maak dat je hier wegkomt, amateur!’

De burgemeester komt langs gefietst, stapt af en klopt me bemoedigend op de schouder. ‘Jongeman, schrijf eens over de wederopstanding van de paardenprocessie in Werchter. En vergeet niet te vermelden dat ik in de stoet achter het baldakijn van de pastoor mee schrijd.’ ‘Burgemeester, zoek een broodschrijver, antwoord ik gepikeerd, kerk en staat zijn sinds Napoleon Bonaparte gescheiden!’

 Dag Rosaly, dag ChantillyDe zomer is helaas voorbij, maar er komen nog mooie dagen in oktober.’ De buurvrouwen komen hand in hand de bib uitgestapt. Zij zijn lezeressen van mijn verhalen in eerste versie; ‘Ons advies is eensluidend, zeggen de dames. Lezers willen jóúw levensverhaal in de krant, bijvoorbeeld onder de rubriek Streeknieuws:’

 Hotel Papa  [titel krantenartikel]. De heer Z., 67 jaar, woont terug bij zijn sukkelachtige [fake nieuws] vader, 93 jaar, na een leven van successen en mislukkingen en 17 adressen. Meneer Z. schrijft verhalen over de streek waar hij in armoede [fake nieuws] naar teruggekeerd is en ook schrijft hij nu om den brode toneel voor scholen en rusthuizen.”

Ik zoek troost aan dezelfde tafel op het terras van hetzelfde café als vanmorgen en bestel een glaasje plat water. Naast mij zit Vlinderdas in druk gesprek met een vlotte prater. Engels spreken ze. Ik meen te horen: ‘Just book a flight to Hollywood, man, and sign that F* contract!

HOTEL PAPA aan de machtige rivier

Diep in De Plas

belgaimage-121560799-full

Die eerste augustusdag was het joelen en krioelen, spartelen en pletsen aan het strandje  van de Plas – de gebruikelijke gezelligheid tijdens die hete zomer van 2018 -.Windstil was het, al weken lang. Toen gebeurde het dat het water begon op te rimpelen, eerst ergens in het midden rond 3 uur in de namiddag – een halfuurtje maar, eerst -. De surfers verheugden zich op de onverwachte golfslag maar merkwaardig genoeg trok hun zeil niet aan. Het bleef windstil.

Waar de zwemmers in de onbewaakte zone toch het water indoken, waagden ze zich aan één duik en daarna zag ik verbazing, dan aarzeling. Het klotste nu al heftiger tegen de oever. Met enige moeite klommen zij de graskant op.

Ook zwemmers en plonsers aan het strandje keken mekaar angstig aan; snel trokken ze zich terug, schudden met hoofd en schouders en vertwijfeld rolden zij met hun ogen.

Ook Lau, haar opa – Opa Bos – en ik stapten nat maar bezorgd uit de deinende zwemzone.

‘Destijds, toen de Plas nog moest uitgegraven worden had men een  baggerboot ter plaatse gemonteerd. Zo’n baggeraar had schepschoepen zo groot als de hele ijzerhandel Peeters in Leuven.’ vertelt Opa aan zijn kleindochter. ‘Schepschoepen?’ vraagt Lau. ‘Ja, schepschoepen, dat zijn baggeremmers die de baggerboot door het zand en slib op de bodem trekt en naar boven haalt. En daarna doet de baggerpomp zijn werkt. Hij spuwt dezelfde modder vervolgens door een grote buis aan land. De baggerboot is dus een machine met een moddergrijper aan de ene kant en een modderspuwer aan de andere kant. Kijk, hier zijn twee foto’s.’

8985790766_aab027fda4_c
 
201707171618395087252
                       moddergrijper

             modderspuwer

Ah, pubers op het zandstrandje hadden geen flauw vermoeden van enige dreiging. Zij hadden zoals altijd meer oog voor elkaar en voor zichzelf – ze wisten niet beter -. Maar ouders gingen ongerust hun beklag doen bij de zwemtoezichters.  ‘Er komt misschien wind opzetten’, brachten de toezichters stamelend uit als verklaring voor de hevige golfslag. Niemand geloofde hen. ‘Was er maar wind; waren er maar donderwolken op komst’, zuchtte men. Geen reden tot paniek, toch? Tsunami aan de Plas, kom, kom.   

‘Maar laat me jullie vertellen wat weinigen in het dorp durven te vertellen.’ Opa Bos gebaart Lau en mij dichterbij te komen. Die moddergrijper en die modderspuwer, die zijn nooit beste vrienden geweest. Ze haatten mekaar. Wat de ene greep; spuwde de andere uit, met de rug naar elkaar. Stikjaloers. Ze konden mekaar levend opvreten. Ruig ging het er aan toe tussen beide.’

‘Het water rond de baggerboot woelde, klotste en stonk naar overblijfselen uit ver donker verleden. Zware botten, tanden, huidrestanten van dinosaurussen werden naar boven gehaald. Hier op de vlakte van de Plas moeten jagende Tyrannosaurus rexen en een kudde zware Sauropode dinos destijds slag geleverd hebben. ‘

Ongewild had de baggeraar deze onheuglijke geschiedenis terug boven water gehaald.

Sauropode
Tyrannosaurus rex

Dag na dag nam de onrust in het dorp en in de streek toe. Kranten en lokale media berichtten over de verontrustende leegloop rond de Plas. Er werd gespeculeerd, geroddeld, beschuldigd, ruzie gemaakt. De tweede week van augustus, besliste de burgemeester om De Plas te sluiten en een commissie samen te stellen om de zaak ten gronde uit te spitten. Wetenschappers moesten uitsluitsel geven.

Opa Bos vertelt:

‘Toen dan de Plas was uitgegraven bleef de baggerboot werkloos achter. Wat kon de baggeraar met de moddergrijper én de modderspuwer – die twee eeuwige ruziemakers – nog aanvangen? En wat met de beenderen van dino’s die mekaars vijanden waren en mekaar hier op leven en dood bevochten hadden?’

‘De baggeraar brandde, sleep en schroefde het hele roestige zaakje los en liet ijzer en beenderen zinken naar de donkere diepste bodem van de Plas.’

 ‘Die baggeraar dat … dat was ik’, fluistert Opa Bos met opgetrokken wenkbrauwen, handen open en opgeheven. ‘Ik  ben er zeer zeker van dat hun geruzie en gevecht is blijven doorgaan tot op de dag van vandaag. Onder water; diep in de Plas.’

‘Oh, Opa, gij barbaarse baggeraar!’

_________________________________________________

https://nl.wikipedia.org/wiki/Sauropoda en

https://dinosaurus.jouwweb.nl/dinosaurussoorten

Hotel Papa aan de Machtige Rivier

Graffiti

IMG_20180825_194414 (2)

Kladwerk! Overschilderen, die vuile boel! Hij staat er ondertussen langer dan een jaar, deze graffiti, naast een fiets- en voetgangerstunneltje aan de dreef naar het Montfortcollege.

Hee, komjehiervaker? Niet vaak genoeg”

Een puber met een hartenkreet naar een liefje? Het duurt me te lang!  De scholier zet er zijn handtekening onder: het vliegend varken van Pink Floyd? Komjehiervaker, geen spatie. In alle haast “vaek” fout gespeld en gecorrigeerd. Hij (of zij?) is erg ongeduldig. Hoop op snelle actie en beterschap.

Maar, beste lezer, zal de aangesprokene zich wel aangesproken voelen? Of is  hier een eenzaat aan het werk geweest, een afgewezene? Graffiti van een desperado? Zo de kreet niet snel wordt beantwoord, kan het ergste gebeuren … de trein. 

Geen donkere gedachten, hé!  Dit is graffiti van iemand mét humor; iemand licht in zijn hoofd, beetje Kafka, beetje Banksy.

Misschien moeten we de verklaring niet ver zoeken: hij of zij wil voorbijgangers begroeten. Dat is vriendelijk. Dank u wel. Niet overschilderen!

Wie had die graffiti durven verven?

IMG_20180825_194414 (2)

Het idee kwam van Flo. Opa Bos had geverfd. De tekst kwam van beiden.

Flo wist dat Fien in september naar haar nieuwe school zou gaan en wou een afspraakje met haar. Hee Fien, kom je hier vaker? durfde Flo niet te verven. Té persoonlijk. De politie zou snel weten wie deze graffiti had geklad.

Zo dat was dat. Nu afwachten maar tot Fien passeert. Maar Fien passeert niet; de trein passeert.

De treinbestuurder ziet twee figuren langs de sporen lopen in Rotselaar. Onmiddellijk belt hij de vliegende spoorlopersbrigade in Aarschot.

Enkele minuten later landt een helikopter op het gemaaide tarweveld. Twee snelle spoorloperspotters met handboeien aan hun riemen komen de sporen over gerend. Zij pakken Flo en Opa Bos bij hun kraag, dulden geen tegenspraak, nemen nog snel een foto van de graffiti en van de plek van het spoorlopen, trekken hen mee, en duwen Flo en Opa Bos de helikopter in.

De helikopter trekt zijn wentelwieken op snelheid, zweeft weg over de Machtige Rivier naar het station van Aarschot, waar ze op het dak landen. ‘Dit gaat jullie een flinke gasboete opleveren, opaatje!’ zegt de ene spoorloperspotter. ‘Ja, én de kost van een helikopterritje!’ grinnikt de andere.

Flo en Opa Bos zitten op stoelen vóór de stationschef. De spoorloperspotters – beducht als ze zijn voor vluchtpogingen en plots geweld – houden hun handen stevig op de schouders van Flo en Opa Bos. De onderstationschef staat op een afstandje mee te luisteren. De bewijsstukken liggen op het tafeltje naast de stationschef: de foto van de graffiti en de foto van de plek van het gebeuren. ‘Spoorlopen is een zwaar vergrijp, zegt de stationschef streng. Bovendien doet uw geklad mij sterk vermoeden dat u spoorlopers aanmoedigt in misdadig gedrag. Niet vaak genoeg …. (euh) spoorlopen!

Zoals het wel meer gebeurt, duikt er ook hier een redder in nood op. De onderstationschef had het machtsvertoon van zijn baas vanop enige afstand gade geslagen. ‘Beste baas, zegt hij, deze mensen zijn dichters, geen spoorlopers. Ik ben zelf dichter na mijn werkuren en ik herken dichters. De beste gedichten laten veel interpretatie toe. Wij stationschefs, treinbestuurders en vliegende brigadiers zien de wereld door één bril, namelijk de bril van het reglement dat spoorlopen verbiedt. Hun graffiti is een uitnodiging aan de mensheid tot ….(euh) verbondenheid,’ zo besluit de onderstationschef zijn pleidooi.

De stationschef knikt en heeft het begrepen. ‘Deze mensen zijn geen spoorlopers, maar dichters. Breng hen terug vanwaar ze gekomen zijn’ roept hij naar zijn spoorlopersbrigadiers, die zich verheugen op een nieuw helikoptervluchtje. Opa Bos vraagt de brigadiers om hem en Flo af te zetten dicht bij huis. Dat doen ze maar al te graag. De helikopter zwenkt links weg, cirkelt een paar keer boven het bos en landt zachtjes op het Grasland.

Ook Fien en haar oma Lindita horen de helikopter zwenken en dalen. Zij willen deze zeldzaamheid niet missen. Flo stapt uit de helikopter en ziet Fien verbaasd toekijken. ‘Hallo Fien, kom jij hier vaker?’ roept Flo naar Fien. ‘Dag Flo, kom jij hier vaker met de helikopter,’ vraagt zij. ‘Niet va(e)ak genoeg,’ antwoordt Flo.

HOTEL PAPA aan de Machtige Rivier

Inburgering

IMG_20180305_140215

Vijf knotwilgstammen aangekleed met wit afdekvliesdoek.

Tuinier Werner en ik hadden drie rijen wilgen geknot. Dit was de laatste rij. Naast de wilgen lag een bed andijvie met nog afdekvliesdoek op die gebruikt was om de andijvie te beschermen tegen de vrieskou. De ergste koude was achter de rug en het doek mocht weg. Ik dacht het ergens te drogen te leggen, bedacht me en wikkelde het doek om de knotwilgen. De wind speelde in het doek.

Zo bleef het doek rond de wilgen een week hangen. De wind trok het één enkele keer los en dan wikkelde ik het opnieuw rondom de kroon.

Ik maak deze foto en kijk er met verbazing naar.

Had ik doek gewikkeld rond het hoofd van vijf blinden? En leek dit niet op het schilderij van Breughel met de blinden die mekaar vertrouwen en voorttrekken tot ze in de put vallen?

Misschien had ik doek gewikkeld rond het hoofd van vijf passanten? Vluchtelingen? 

Of had ik doek gewikkeld rond het hoofd van de vijf achtergebleven vrouwen van de vijf passanten?  Of zijn het strompelende schimmen, aangevoerde bruiden?

Na een week wikkelden Werner en ik het doek af en plooiden het op.

Een half jaar later zijn de vijf knotwilgen van de foto opnieuw aangekleed, door de natuur zelf dit keer. Ze zijn ingeburgerd.

IMG_20180904_142944

Hotel Papa aan de Machtige Rivier

Simpel Lekker

De jury van Simpel Lekker – de culinaire wedstrijd van de gemeente – had het zichzelf moeilijk gemaakt dit jaar.

                   ‘Wafels à la Opa

                    Eieren en bloem

                    Boter margarina

                    Suiker en bloem 

                    Wafels à lo Bos!’

Zo scanderen de supporters van de Wafels van Opa Bos.

De andere overblijvende kandidaat is Oma Sjam met haar inzending Wilde Pesto. Haar supporters staan aan de andere kant van de zaal en ook zij scanderen:

                                                                                    ‘Pesto à la Sjam

                                                                                    Pissebloem en duizendblad

                                                                                    Olie en ruccola

                                                                                    Look en parmezam!

Bakker Brodsky en ecotuinier Mulch, dit jaar de voorzitters van de jury, konden het niet eens geraken wie ze tot winnaar zouden kronen.

Brodsky had de Wafels van Opa Bos willen uitroepen tot winnaar. ‘Die wafels zijn o zo simpel te maken en kweenie hoe populair!’ riep Brodsky uit. Maar Mulch dacht daar anders over en zijn keuze viel op de wilde pesto van Oma Sjam. ‘Zo origineel en toch poepsimpel!’ bazuinde Mulch.

Niet één stemming met handopsteking van de juryleden bood een uitweg. De stemming zat muurvast: 5 stemmen vóór de wafels van Opa Bos en 5 stemmen vóór de wilde pesto van Oma Sjam.

Hoe kon het gebeuren dat een jury geen winnaar kon aanduiden?

Bakker Brodsky die een zoetekauw is – patisserie met glazuur, kramiek en croissant, u kent het wel, het zoete gebak – had alle argumenten uit de kast gehaald om de populariteit van de wafels van Opa Bos in de verf te zetten. Ecotuinier Mulch daarentegen was van het groene soort en zijn verhaal kon met gemak die vijf juryleden overtuigen die de gezonde keuken hoger achten dan de zoetigheid van Bos.

Brodsky: ‘Populairder dan deze simpele wafels van Opa Bos is geen één recept ooit geweest op onze culinaire wedstrijd. De vraag naar deze wafels overtreft meerdere keren het aanbod. Opa Bos deelt ze uit aan kenners van de ware wafelenbak in het rusthuis, bij scouts en chiro, familiehulp en poetshulp aan huis, aan kaartspelers, aan kleinkinderen en aan mij (mmm!). Populair zijn ze ook omdat ze gratis zijn en gratis zullen blijven.‘

Mulch‘Origineler dan deze simpele pesto van Oma Sjam is nog nooit vertoond op onze culinaire wedstrijd. We hebben nu de kans zoete troep aan de kant te zetten én gezond groen aan te moedigen. Pesto kan op elke boterham waar ooit chocopasta op gesmeerd werd en op elk bord ter dagelijkse afwisseling met spinazie, warmoes, broccoli of veldsla. En wat dacht u van pestospaghi?

Simpel Lekker, een simpel compromis behoorde nog tot de mogelijkheden  tot de burgemeester op het toneel verscheen. Hij meende de knoop zelf te moeten doorhakken. En hij had de gemeenteraadsleden, de jury, Opa Bos en zijn supporters en Oma Sjam en haar aanhang uitgenodigd in de grote dorpszaal.

De zaal zit vol.‘Ik wil de jury nog één vraag voorleggen en het antwoord dat mij het best bevalt, bepaalt de uitslag van onze wedstrijd,’ zegt de burgemeester.

 De wafelploeg en het pestoteam scanderen elk hun voorkeur.

‘Wafels à la Opa
Eieren en bloem
Boter margarina     
Suiker en bloem’
‘Pesto à la Sjam
Pissebloem en duizendblad
Olie en ruccola
Look en parmezam’

[De burgemeester] ‘Stilte nu! Dames en heren, ik eis volledige stilte!

                                   Mijn bijkomende vraag is:

                        Hoe dorpseigen zijn de wafels van Opa Bos?

                       Hoe dorpseigen is de wilde pesto van Oma Sjam?

 Jullie antwoord is beslissend!  De spanning stijgt; stil is het nu. ‘Beste juryvoorzitters, wij luisteren. Brodsky u krijgt als eerste het woord.’

Hoe dorpseigen zijn de wafels van Johanna door Opa Bos bereid?

IMG_20180921_093521

 Opa Bos is de man van wijlen Johanna. Johanna, zijn overleden vrouw, en Bos zijn zo dorpseigen als iemand maar dorpseigen in dit dorp kan zijn. Caféhouders van oudsher: ‘De Kantien’. Iedereen kwam er over de vloer. Er werd bier geschonken van Jackop én pils van de Mena, nochtans concurrenten van elkaar. En ook de beide dorpsfanfares ‘De Harmonie’ en ‘de Ware Vrienden’ passeerden er elk jaar. Hier geboren en getogen is Bos.

Bos bakt deze wafels zelf. Steeds dezelfde samenstelling; steeds dezelfde dosering. Volle eieren van kippen van de buurman. Witte bloem, kristalsuiker en margarine koopt hij lokaal. 

Kortom, de wafels van Johanna zijn geen stadswafels zoals de Brusselse of de Luikse, maar het zijn voorwaar dorpseigen dorpswafels.

Brodsky neemt terug plaats onder luid gejuich.

Dan veert Mulch recht, richt zich tot het publiek en vraagt:

 Hoe dorpseigen is de wilde pesto van Oma Sjam?

IMG_20180921_161350

‘Wat doet Sjam? Luister! Zij plukt wat de tuin of het veld naast de Machtige Rivier wild te bieden heeft. Wij moeten niet naar het verre West-Vlaanderen of naar Limburg. De korte keten: van het grasland in de pot!

Onkruid?! Sjam weet beter. Ik wil u niet vervelen met mijn opsomming; de lijst is te lang. Sta me toe slechts enkele van de dorpseigen planten op te sommen die Sjam, naargelang het seizoen, plukt en tot pesto maalt:

Zevenblad

Veldkers

Melde

Vogelmuur

Speenkruid

Paardenbloem

Watermunt

Duizendblad

Knopkruid

Wittedovenetel en brandneteltopjes

Smalle weegbree

Veldzuring

Daslook

en Hondsdraf

 Alle groensels staan hier bij de deur. Als u wil, gaan we nu samen kijken en plukken!’  

‘Afronden, alsjeblieft,’ zegt de burgemeester ongeduldig.

Het resultaat, mevrouwen, mijne heren is dit potje! Mulch steekt een potje hoog de lucht in, loopt even rond en opent het dekseltje. De geur vult de zaal en de raadsleden beginnen te denken dat de pesto van Sjam de  wedstrijd zal winnen. Haar aanhangers juichen.

‘Stilte, dames en heren, ik eis stilte.‘ De burgemeester maakt een kalmerend gebaar en neemt de microfoon zelfzeker in handen . ‘Als eerste burger van de gemeente, hak ik de knoop door.’

Dorpseigenst, simpelst lekkerst, populairst! Superlatieven heb ik tekort voor de winnaar 2018 van Simpel Lekker. En de winnaar is…’

De krantencommentaren

Krant # 1: Het jaarlijks culinair feest Simpel Lekker kende dit keer een woelig verloop. Tientallen supporters stonden lijnrecht tegenover elkaar en beletten de burgemeester het spreken. De wedstrijd werd in het tumult afgebroken.

 Krant # 2: Eén maand voor de gemeenteraadsverkiezingen maakte de burgemeester een kapitale fout tijdens de culinaire wedstrijd Simpel Lekker. Hij zette de juryvoorzitters Brodsky en Mulch voor schut. Zonder ruggespraak met de jury voerde hij een bijkomende vraag in die – zo meende hij – hem politiek voordeel zou geven.

 Krant # 3: Eindelijk kreeg groene voeding de nodige aandacht in de anders zo saaie wedstrijd Simpel Lekker. Oma Sjam gooide met haar wilde Pesto een dikke steen in de ingeslapen kikkerpoel. Reken maar, zevenblad, pissebloem, weegbree en veldzuring worden cool én hot het komende culinaire jaar.

 Krant # 4: Simpel Lekker draaide dit jaar uit op een strijd tussen conservatief en progressief. De enen riepen op tot behoud van de traditie; terwijl de anderen vernieuwing eisten. De burgemeester suste de gemoederen en bood Bos en Sjam samen een reis aan naar Napels om er de stadseigen pizza Napolitana te verkennen. Bos en Sjam kozen echter voor een weekendje samen met waterzooi in … Gent.

Krant # 5: Terecht loofde de jury van Simpel Lekker de wafels van Opa Bos en de wilde pesto van Oma Sjam. Beide gerechten munten uit in hun culinaire eenvoud en hun lokale inbedding. 

Hieronder, voor wie culinair wil scoren, beide recepten:

 

HOTEL PAPA aan de Machtige Rivier