Graffiti

IMG_20180825_194414 (2)

Kladwerk! Overschilderen, die vuile boel! Hij staat er ondertussen langer dan een jaar, deze graffiti, naast een fiets- en voetgangerstunneltje aan de dreef naar het Montfortcollege.

Een puber met een hartenkreet naar een liefje? Het duurt me te lang!  Ik stel de prangende vraag, ik geef zelf het antwoord en ik zet mijn signatuur er onder: een zwevend figuurtje, een vliegend varkentje. Komjehiervaker, geen spatie. In alle haast vaek fout gespeld en gecorrigeerd. Hij (of zij?) is erg ongeduldig. Ik hoop dat ik jou hier snel kan treffen!

Maar is de aangesprokene wel geïnteresseerd? Na de tiende keer dat ik er verwonderd voorbij fiets, krijgt de tekst weer een andere betekenis. Is hier een eenzaat aan het werk? Graffiti van een desperado? Zo de kreet niet wordt beantwoord, kan het ergste gebeuren … de trein.  Geen donkere gedachten, hé!  Hier is iemand aan het werk geweest mét humor; iemand licht in zijn hoofd, beetje Kafka, beetje Banksy. Hoewel, een humorist of dichter sluit zijn tekst toch niet af met een streepje vóór zijn signatuur?

Misschien wil hij of zij voorbijgangers begroeten. Dat is bijzonder vriendelijk. Dank u wel. Niet overschilderen!

Wie had die graffiti aan de fietstunnel geverfd?

IMG_20180825_194414 (2)
Lees verder

Night Train to Ostend

noc-vlak

’Schrijft u ook of bent u boekhouder, advocaat misschien?’ vraag ik aan de man met de vlinderdas die rommelt tussen de papieren in zijn rode map. Hij nipt eerst nog van zijn cappuccino op het krappe cafétafeltje en antwoordt verontwaardigd: ‘Mijnheer – de bundel in zijn opgeheven zwaaiende hand – dit hier is goud voor Hollywood: mijn script … Night Train to Ostend.’ 

Lees verder

De Peddelkampioen

peddel2

Ari peddelde van kindsbeen af. Hij peddelde lucht en zand en, als er wind was, ook wind. De peddel was zijn speelgoed, gevonden tussen kleren en spullen van hulporganisaties. Maar Ari leefde in een droog land waar er aan water een gebrek is.

Toen hij tien werd besliste hij peddelkampioen te worden. Dus bleef hij oefenen met zwaardere lucht, natter zand en hardere tegenwind. Iedereen vond Ari de beste; hij zou kampioen worden.

Toen hij zestien werd nam Ari de beslissing die zijn leven veranderde. Hij schreef een brief aan Yussuf, de nieuwkomer die nu leefde in het dorp aan de machtige rivier en er leerjongen was van bakker Brodsky. Ari was de zoon van Adnam, de buur van de familie Yussuf.

Beste Yussuf,

 Je weet zeker nog hoe ik de buurjongens kon blij maken met mijn geslinger en gezwaai en met hoge worpen met mijn peddel.
Ik ben blijven oefenen met lucht, zand en wind.
En nu wil ik gaan oefenen met water.
Kan ik bij jou komen oefenen op water?

Jouw buur en vriend, Ari

Yussuf schreef onmiddellijk terug dat Ari welkom was bij hem.

Lees verder

Ezel Pjotr, Dame Gans en de oude Haan

Over de ezel Pjotr die bijna verdronken was, over Dame Gans die niet graag zwemt en over de oude Haan die verstoten werd uit het kippenhok en over die drie die te samen wonen op het eiland aan de molen aan de machtige rivier, ga ik nu vertellen.

IMG_20180329_100913

Ezel Pjotr is al grijs, niet meer zo koppig, en hij staat bekend als goedaardig. Daarom komen kinderen graag langs om er een ritje te maken met Pjotr. Pjotr mag dan wel gezellig zijn, toch is hij ook een beetje dom.

Het gras op de rand van het eilandje was fris, jong, iets té uitnodigend en vooral gladrijk. Pjotr boog zich reikhalzend voorover, slipte, verloor zijn evenwicht en viel pardoes, ja pardoes plonsde hij het water in. Pjotr spartelde nog even, zocht vaste grond die helaas voor hem modder bleek te zijn, en zakte dieper weg, zijn schoft zo goed als onder de waterlijn.

Lees verder

Aischa

Ah, Aischa! Hoe naarstig toch werkte zij aan haar eerste roman! De minister van Transport had Aischa geposteerd in een zijkamertje van zijn kabinet. Van staatszaken moest zij zich ver weg houden en liefst ook van alle andere vlijtige kabinetsmedewerkers.

Aischa’s boek ontspon zich rond het thema van de eeuwig durende bloedvetes in het bloedmooie stadje Peja met de omringende vier adembenemende bergkammen die welke slechte gedachte dan ook onmiddellijk doen verdampen. Ook vertakte haar verhaallijn zich tot over de grens van het landje tot in het inmiddels vrediger [noot: fietsrijke] Shkodra.

Nu gebeurde het dat de minister bij tijd en wijle een buitenlandse mogendheid bezocht om voorzieningen te sprokkelen voor staatszaken in Transport. Tussen twee hoofdstukken in gaf dit Aischa de kans om haar landje comfortabel rond te toeren op zoek naar achtergronden om haar thematiek verder uit te diepen. Het was mij een hele eer toen ze me vroeg haar op deze zoektocht te vergezellen. Vóór zijn vertrek instrueerde de minister nog mijn vertaler om mijn tot dusver onwennige communicatie met Aischa in die vreemde taal op punten en komma’s te controleren. Maar mijn vertaler was lui als de minister op ronde was en bleef liever thuis.

Lees verder

Achter de muur

IMG_3869

Telkens als Mie en haar Oma Sjam wandelen voorbij de tuin met de hoge betonnen muur en de overhangende donkere sparren horen ze iemand fluisteren:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?              Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Dan kijken ze door de spijlen van de ijzeren poort en luisteren opnieuw, nu aandachtiger, maar de vragen blijven dezelfde:

‘Hoe klinkt het zwemmen van een vis in het water?                          Hoe klinkt het zweven van de uil in de nacht?’

Mie en Oma Sjam openen de zware ijzeren poort en lopen door de dreef met de  donkere sparren de schaduw in naar het beeld aan het einde van het wandelpad. Daar zit Boeddha in lotushouding, handen losjes voor zijn schoot, innemend, ogen dicht, in gedachten verzonken. Mie en Oma Sjam komen dichterbij. Boeddha fluistert:

Kom binnen; ga weg’

Beste Boeddha, wilt U dat we binnenkomen of dat we weggaan?’ ‘U mag kiezen, zegt Boeddha, rustig glimlachend. Ik neem het u niet kwalijk als u ervoor zou kiezen om te blijven of terug te gaan. U bent welkom te doen wat U het beste lijkt.

Pardon, Boeddha, mogen we U iets vragen? Telkens we hier langs wandelen, horen wij U dezelfde vragen stellen. Krijgt U dan geen antwoorden?

Kunnen wij U helpen antwoorden te krijgen?’ vraagt Mie. Oma Sjam zwijgt als Mie die vraag stelt want zij weet dat die antwoorden moeilijk te vinden zijn.

Wandelt U met ons verder mee, Boeddha, zegt Mie, misschien vinden we wel antwoorden.

Lees verder

Meander, Open U!

De meander-King klopt heftig gesticulerend aan op de deur van ons huisje.
Moeraspoelslakken hangen in zijn baard; scharen van ellendige wolhandkrabben bengelen aan zijn broeksriem. Half mosmens. Het is 27 juli 2018,  de nacht dat de maan volledig verduistert.


Damien Hirst, Treasures from the Wreck of the Unbelievable (2017)


Instappen, alle twee’ zegt de meanderking. Wij, Opa Bos en ik, hebben geen keuze. De meander-King roept ‘Scipper, volle kracht, vooruit  tot aan de ‘Bocht van Wercht’, en daar links afslaan.’ Met een rivierspeedboot scheren we stroomopwaarts over de machtige rivier. Ondertussen stelt de meander-King zich voor: ‘ik ben Sander, de Meanderkoning en dit is, verwijzend naar de man aan het roer, Scipper. Scipper is ambtenaar en werkt voor het agentschap Meander, Open U uit Brussel. Op naar de Bocht van Wercht waar mijn eega en ik wonen!

In de Bocht van Wercht beveelt Sander, de meander- King, Scipper de boot stil te leggen. ‘Meander, open u’, roept Sander naar twee schaduwen die achter de oever opduiken, het zijn de ‘meanderopendoeners’, bewakers van de meander van de Bocht van Wercht.  Zij draaien de oeverdeuren open en laten de speedboot binnen. ‘Ik woon hier in de Kingmeander, zegt Sander, wij verblijven hier …. mijn eega is Leandra , de meander- Queen. Zij staat ons ginds onder de wilg op te wachten.’ Een rijzige figuur met smartphone tussen haar schouder en kin geklemd staat te gesticuleren. Wuift ze naar ons of is ze druk aan het praten in haar telefoon? Beide. We naderen het ponton. Leandra, de meander-Queen, heeft lieslaarzen aan, een zwart-wit nauwsluitend waterafstotend pak, de haren verstopt in een eveneens zwart-witte badmuts.  ‘Misschien zullen wij hier niet lang meer wonen’, horen wij haar zeggen in haar telefoon.

Lees verder